Fredie Beckmans: The worst Worstartist

De worst is een terugkerend motief in het oeuvre van Fredie Beckmanns. Hij schildert worsten, is CEO van de Worstclub en liet tijdens een eetperformance een worst bezingen. Waar komt zijn fascinatie voor worsten en andere etenswaren vandaan?

Iedere kunstenaar heeft wel een wand met plaatjes in het atelier die het werk omlijsten. Tussen die knipsels en afbeeldingen hangt veelal een ‘talisman’ die een cruciale rol speelt in het persoonlijk beeldarchief.

2012-07-16-postoje-big

Georg Grosz, Der Liebeskranke, 1916 olieverf op doek, 100 x 77 cm Kunstsammlung Nordreihn-Westfalen

Met het schilderij van Georg Grosz, Der Liebeskranke uit 1916 kan Fredie Beckmans (1956) zich goed identificeren. ‘Dat ben ik zelf ook, dacht ik, toen ik dit schilderij voor het eerst zag,’ zegt hij, de ansichtkaart tonend.

Zijn voorliefde voor dat schilderij is zo gek nog niet, omdat Georg Grosz graag diverse rollen speelde, net als Beckmans nu. In Berlijn trad Grosz een tijdlang op in een Cabaret waar hij zong, danste en satirische teksten voordroeg. Met bepoederd gezicht kon hij wat afzijdig in het café zitten om de passanten van hun stuk te brengen met zijn raadselachtig, ijzige pose. [1]

Verlichting en verval
Op het schilderij Der Liebeskranke zien wij een man in een donker etablissement omringd door attributen die misschien tijdelijk verlichting bieden, maar veelal leiden tot verval. Naast een fles likeur staat een giftig oplichtend glas, met daarnaast een naald voor de morfinist, sigaretten en een pijp, graten van een afgekloven vis hangen achteloos op een schaal en naast de man ligt een grimmige hond die argwanend naast kale botten in de hoek van het schilderij zichzelf likt. De man is er niet best aan toe. Onder het rode hart op de revers van zijn colbert zit een pistool geplakt. Rechtsboven nadert de dood in de vorm van een spookachtig skelet. Het Van-Goghiaanse licht maakt de situatie er niet beter op en verwijst naar Vincents’ schilderij Nachtcafé. Volgens Van Gogh ‘een plaats waar je jezelf kunt slopen, gek kunt worden, misdaden kunt begaan,’ getuige een brief van 9 september 1888.[2]

worstclub-2

Fredie Beckmanns, Worstlust, aquarel, 2016 – 21 x 30 cm

De analoge magnetron
Fredie Beckmans schildert niet alleen vogels, paddenstoelen en worsten, maar hij treedt, als CEO van de Worstclub, ook op voor publiek. De Worstclub is aanvankelijk als eenmalig optreden begonnen en geleidelijk een uit de hand gelopen succes geworden.
In navolging van Filippo Tommaso Marinetti, de Italiaanse futurist en fascist, die in zijn Futuristisch Kookboek (1932) beweerde dat het geluid van een watervliegtuig het gehemelte van de mens zodanig prikkelt dat het een harmonieus leven garandeert, gebruikt Beckmans tijdens zijn eet-optredens ook muziek. Zo liet hij een trompettist om de aardappelpuree lopen, waardoor het eten door de muzikale vibraties makkelijker verteerbaar werd. De Jodelworst was geboren nadat Zwitserse vrienden al jodelend de worst tot de juiste smaak bezongen hadden. Eten en geluid hoort samen te gaan, zoals in een magnetron, vindt Beckmans.

Worst en filosofie
Met zijn optredens is hij lange tijd Wereldkampioen Performancekoken geweest. ‘Tijdens de performance zing ik liedjes, speel op een worstenfluit en geef ik demonstraties. De kunst hang ik goedkoop aan de muur en die verkoop ik dan. Eén stuk voor E 50 of drie voor 100. Dan moet ik er daarna snel weer bijschilderen, want de beste exemplaren zijn zo weg. Meestal stap ik na zo’n serie optredens over op een ander onderwerp en dan komen de paddenstoelen of vogels voor een paar maanden weer bovendrijven. Vaak in combinatie met filosofische teksten die ik weer verbind met mijn tekeningen. Het liefst laat ik alles op elkaar reageren, omdat het anders te saai wordt, want ik schilder al zó lang dat ik met mijn kunst steeds een grens over wil.‘

Beckmans verwijst graag naar de filosoof Karl Rosenkranz[3] die in zijn boek Ästhetik des Häßlichen (1853) meent, dat als er een podium is voor goede kunst van kwaliteit, dit alleen maar kan als er ook slechte kunst bestaat. ’De Worstclub is slèchte kunst mét kwaliteit en die staat in waardering helemaal onderaan’, zegt hij geheel in het licht van zijn eigen worstfilosofie.

Reizen en Zinloze Wandelingen
Tijdens zijn reizen over de hele wereld komt hij zijn favoriete onderwerpen in overvloed tegen. De vogels bestudeert hij het liefst zonder camera, in navolging van zijn Zinloze Wandelingen in de natuur. Met uitgeknipte verrekijkers van karton ging hij met een groepje wandelaars vogels kijken en als ze echte vogelaars tegen kwamen, vroegen ze of die iets bijzonders gezien hadden. Nee? Nou zij wel. Voor de soorten, details of namen kun je thuis beter in de boekjes terecht was de gedachte.
In Afrika at hij eetbare zwammen die zo groot waren als een mens. Worsten zie je overal, die zijn universeel. ‘Ik heb octopusworsten gemaakt, kwallenworsten of lamaworsten en in Botswana ging ik op zoek naar de Worstenboom met vruchten zo groot als een leverworst. Omdat die giftig zijn maken de Masai er alleen maar bier van.’

worstman

Sergio Mikirtomov, Portret van Fredie Beckmanns, 2012, acryl, 20 x 30 cm

Elastiektwisten tussen goed en kwaad
‘Mijn basisobsessie voor eten is ontstaan doordat ik als kind gif heb gegeten. Ik ging als jochie scharrelen tussen de bladeren op de stoep, omdat ik met de oudere meisjes niet mee mocht elastiektwisten. In een hoek zag ik wybertjes liggen en die at ik op. Dat bleek rattengif zijn.’
De multiple Armageddon symboliseert misschien nog het beste dit slappe koord tussen de weldaad van eten en het gevaar dat in die weldaad schuilgaat.
In een houten doosje ligt gevleid in zacht velours een plastic Mariaflesje met Lourdeswater naast een geel doosje Duivelsdrek/ Asafoetida, een enorm stinkend kruid uit het Verre Oosten. Tijdens één van de gevechten om het Wereldkampioenschap Performancekoken mengde Beckmans de twee ingrediënten tot een explosieve bouillon. Het goede en het kwaad streden tegen elkaar. Zijn tegenstander kon dit matig waarderen, maar Fredie Beckmans ziet zichzelf niet alleen als een kunstenaar van de maag, maar ook die van het hoofd.

Haarlem, 19 oktober 2016
voor Palet december / januari 2016

 

armageddon

[1] Naar Max Jakob Friedländer

[2] Vincent van Gogh: brief 9 september 1888

[3] Karl Rosenkranz (1805 – 1879), Ästhetik des Häßlichen. Königsberg 1853

Beeld: Fredie Beckmans