Berlin – Vice Versa – 1991

Een uitwisseling – kunstenaarsvereniging De Groep uit Haarlem.
Vlak voor Die Wende en de val van de DDR, kreeg Ellen Siebert contact met kunstenaars uit Oost-Berlijn. Er werd afgesproken om een uitwisseling te organiseren met kunstenaars Oost-Berlijn en Haarlem.
In 1991 vond, na Wiedervereinigung, de uitwisseling plaats.

Ronald Ruseler – Reiskoffer – Maand | Akademie der Künste, Berlijn 1991 voor de kleibak van Arno Breker & Fritz Cremer.

West & Oost
Een van onze leden, Jan Polak, had hen via zijn vriendin Ellen Siebert, van oorsprong een Oost-Duitse, leren kennen. De contacten die gelegd werden waren nog van voor de ineenstorting van de DDR. Op 9 november 1989 viel de Berlijnse muur en kwam er na ruim 28 jaar een einde aan de scheiding tussen West- en Oost-Berlijn. Na de Wende raakte het plan in een stroomversnelling en werd besloten tot een kennismakingsbezoek aan Berlijn. De schrijver Louis Ferron zou een stuk voor de catalogus schrijven. Jan zou met hem een paar dagen eerder gaan, maar hij was Louis ‘s nachts teut op straat tegengekomen en hij zag er niet best uit. Louis had zijn hond ’s avonds uit willen laten, was in het café beland en het beest daarna kwijtgeraakt. Hij stond versuft met een hondenriem in de hand en alles wees er op dat het verstandiger was om hem niet mee te nemen. Afspraken waren met Ferron sowieso moeilijk te maken, omdat hij ze vergat. Dit wierp de vraag op of het niet beter geweest zou zijn om toch Armando maar te vragen voor de tekst in plaats van Louis.

Dat weekeinde werden wij ontvangen door de curatoren van de Akademie en kregen wij een rondleiding op de diverse locaties. We belandden in ruimten waar ooit de maquettes van Albert Speer hadden gestaan voor het Nieuwe Berlijn en keken we naar de lege kleibak die Arno Breker & Fritz Cremer nog hadden gebruikt. De kale en ruime, maar kleurloze vertrekken hadden een sfeer die wij nu alleen nog maar kennen van Ilya Kabakov’s installaties en de schilderijen van Neo-Rauch. De rondleiders hoopten dat de gebouwen die zij beheerden behouden konden blijven voor de kunst, want hun toekomst stond ernstig op de tocht. Men was er gelaten onder en beschouwde het eigenlijk als een verloren zaak. Toch was niemand echt pessimistisch over de toekomst. Links- of rechtsom zou het wel goed komen, al was men ontstemd over alle goede dingen uit de voormalige DDR, die losjes overboord waren gegooid. In de Galerie am Pariser Platz werd een groepsfoto voor de catalogus gemaakt. Wij voerden dat weekeinde gesprekken met de kunstenaars waar we mee zouden exposeren over kunst, het werk, studiemethoden aan de academies en over het leven in beide landen. Berlijn had na die Wende een snelle metamorfose ondergaan. Ost was hip met leuke, nieuwe kroegjes en restaurantjes die kleurrijk afstaken tegen het afgebladderde communisme. De kunstenaars waren blij met de nieuwe omstandigheden, maar ze voelden zich gelijktijdig door Kanzler Kohl verramsjt.

Robert Kochplatz en de Galerie am Pariser Platz.
De tentoonstelling was mooi en bestond uit twee delen. Eén gedeelte was aan de Robert Kochplatz en de andere aan de Galerie am Pariser Platz. Toch werd het geheel met gemengde gevoelens ontvangen. Tijdens een debat betwistte men de urgentie van een uitwisseling met buitenlandse kunstenaars, want Duitsland was nu per slot één land. Waarom juist nu kunst uit Nederland?, vroegen kritische geesten. De tekst die Louis Ferron uiteindelijk voor de catalogus geschreven had viel bij de Berlijners slecht, omdat hij in een open wond had gegrasduind. Ferron vergeleek de beelden van Fritz Cremer met de Totalitaire Kunst uit de Nazitijd, met name die van Arno Breker. Hij vond dat de Nazikunst naadloos in die van de Communistische Volksrepubliek over was gegaan. Heiner Müller, de directeur van de Akademie der Künste wilde het artikel aanvankelijk niet plaatsen, maar bang als men was om, als van ouds, van censuur beticht te worden werd de tekst toch opgenomen. Men vond de tekst eigenlijk een gotspe. Juist Cremer had zich voor de kunstenaars die het moeilijk en zwaar hadden onder de dictatuur voor hun artistieke vrijheid ingezet. Bitter werd Ferron de uitspraak voorgeworpen van Constatin Brancusi: ‘Schaut die Skulptur, bis ihr sie seht!’. Laat je vooroordelen los, zei men, want waren het niet de gevluchte, voormalige Oost-Duitse kunstenaars geweest die de Duitse kunst zo grondig nieuwe impulsen hadden gegeven? De reacties in de pers hielden niet over, want er was te weinig aandacht aan de uitwisseling gewijd. Dat stelde de organisatoren na afloop van de tentoonstelling teleur, hetgeen maar weer bewees dat Ost buiten het discours stond. De verwarring over de Wiedervereinigung maakte indruk op mij, omdat ik Berlijn als levende geschiedenis aan mij voorbij had zien trekken. De Muur was weliswaar geslecht, maar hij had zich nu verplaatst naar het Hoofd.

Atelierbezoeken in Berlijn 1991

Fred Benjamins

Margreet Bouman

Hanns Schimansky

Kunstenaarsvereniging De Groep in Berlijn