Maarten Buser over Soms Veel Wereld

Expositie Soms Veel Wereld – Espace Enny, Laag Keppel

Binnen- botst op buitenwereld

1.
Misschien komt het omdat ik constant mensen hoor praten over hun vakantiebestemmingen (‘als het dan weer mag’), maar mijn gedachten dwalen steeds vaker af naar mijn laatste reis naar het buitenland: Spanje, december 2019. Een jaar daarvoor had ik, in hetzelfde land maar in een ander gebied, nog mijn eigen simpele cameraatje meegenomen, maar nu had ik besloten dat mijn mobiele telefoon goed genoeg was. De foto’s op mijn camera heb ik niet meer teruggekeken; niet eens van het geheugenkaartje overgeheveld naar mijn laptop. Maar wanneer ik – vaak gedachteloos – door de galerij op mijn telefoon blader kan ik opeens weer Spanje binnenstruikelen. Deze foto’s zijn niet vrij van een aantal afschuwelijk clichématige elementen, zoals eindeloze berguitzichten. Ik geef het toe: als ik ze niet had gemaakt, hadden ze me weinig gezegd, maar nu kleeft er in gedachten iets van mezelf – mijn eigen blik, mijn herinneringen – aan plaatjes die duizenden anderen al vóór mij hadden gemaakt. De botsing tussen binnen- en buitenwereld geven ze nieuwe betekenis.

2.
Verschillende kunsthistorici hebben de moderne schilderkunst in verband gebracht met de uitvinding van de fotografie. Even heel kort (door de bocht) samengevat: de camera kon de werkelijkheid getrouw vastleggen – of imiteren –, waardoor de schilderkunst van die taak werd ontheven. Kunstenaars konden de wereld op een subjectieve manier gaan tonen: eerst het impressionisme, daarna het expressionisme en vele andere stromingen.

3.
Wanneer ik rondloopt door de tentoonstelling Soms Veel Wereld loop, kan ik me moeilijk van het gevoel ontdoen dat al deze kunstwerken als eens door iemand zijn gezien, voordat ze werden gemaakt. Ze bestonden eerst in de buitenwereld of in iemands binnenwereld. Maar ik denk dat deze kunstwerken vooral zijn ontstaan uit het grensgebied tussen die twee werelden. Een van de eerste werken die je ziet is een groot schilderij van Sam Hersbach, van een reus in een berglandschap. Er is weinig verschil tussen het wezen en de grote rotsen waartussen hij zich bevindt. Zou Hersbach dit landschap hebben gezien, misschien ook gefotografeerd, en zich vervolgens hebben bedacht dat een van die grote, grijze vormen wel een mensachtige gestalte zou kunnen worden?

Schuin tegenover Hersbach hangen landschappen van Ronald Ruseler, die vertrouwd ogen, maar waarvan de kleuren en het perspectief je vaak net op het verkeerde been zetten, zoals het berglandschap ‘bovenop’ een grasveld. Deze combinatie steekt gebroederlijk af tegen een blauwe lucht, alsof je naar een soort zuil kijkt. Waar de buitenwereld Ruselers binnenwereld treft, kunnen zulke nieuwe werelden ontstaan. Op een ander schilderij neemt een figuratief uitzicht de bovenste helft van het doek in; een abstracte compositie de onderste. Het is alsof de schilder het landschap uit elkaar heeft geschroefd en de kleurrijke onderdelen, netjes gerangschikt, aan je laat zien.

Bij andere kunstenaars kun je je moeilijker voorstellen wat er eerder was: binnen of buiten. Maar zou dat eigenlijk geen onmogelijke kip-of-het-ei-vraag zijn? Robbert Weidde droeg aan de tentoonstelling een verzameling kapotte kartonnen verpakkingen bij, met een eenvoudig, maar effectief stukje elektrotechniek dat speelgoedkamelen rondjes laat ‘lopen’. Wat zou er eerder zijn geweest, een uitzicht op zo’n tafereel of het idee dat je met dozen ook een woestijn kunt maken? Maar in dat laatste geval, dan zou dat landschap toch ook weer ergens vandaan moeten komen, ergens vanuit een hoekje in het geheugen? Misschien komt het uit een film of schilderij – een doorgegeven beeld.

Van een geheel andere orde lijken de fantasieachtige bouwwerken van Marianne Lammersen – die soms als een soort bijenkorven aan het plafond hangen –, zouden die alleen uit haar fantasie zijn ontsproten? Ik weiger me neer te leggen bij het idee dat ze geen evenknie hebben in de ‘echte’ wereld. Je zou bijna de wereld af willen reizen om te ontdekken of er toch niet ergens gebouwen staan die ook maar een beetje op haar sculpturen lijken; om je je af te vragen hoe dat uitzicht de eerste vonk kan zijn geweest voor deze wonderbaarlijke beelden.

Soms is de buitenwereld bijna in het kunstwerk verdwenen, zoals in de bijdrages van kunstenaarsduo Lucas Hoeben. Zij maakten video’s en sculpturen waarin contouren – van video’s van bekende kunstenaars als Joseph Beuys en van zalen van het Rijksmuseum – ‘het ding’ zelf hebben vervangen. Hun versie van Beuys’ spraakmakende I Like America and America Likes Me brengt de gekooide kunstenaar terug tot een soort bewegende, ongedefinieerde gestalte. Naast hem zit de nog wel herkenbare coyote, maar die zou net zo goed ergens buiten kunnen zitten, in een eindeloos landschap met een berg op de achtergrond die eigenlijk een beroemde kunstenaar is. Als je zoveel buitenwereld, zoveel uitzicht voor je krijgt, dan moet je binnenwereld daar maar chocola van zien te maken.

Tot slot: Josje Peters’ schilderijen worden bevolkt door mensachtige figuren, zonder herkenbare gezichtsuitdrukkingen. Ze lijken ergens te lopen of te wachten; je weet het niet zeker, want op schilderijen wordt de tijd nu eenmaal stilgezet. Het zijn figuren – en hun acties – waar je normaal niet op let, laat staan dat je ze vast wil leggen, om later thuis aan je familie en vrienden te laten zien. Op het schilderij worden ze echter zoveel meer, bijvoorbeeld omdat ze mij zo ontzettend doen denken aan Ezra Pounds beroemde, ultrakorte gedicht ‘In a Station of the Metro’. Hij toont daarin een moment waarop er opeens veel wereld aan hem voortdeed:

The apparition of these faces in the crowd:
Petals on a wet, black bough.

Het gedicht werd me tijdens een college literatuurgeschiedenis integraal voorgelezen door de docent, na een hele inleiding dat Pound grote moeite had gehad deze scène vast te leggen en het gedicht oorspronkelijk dertig(!) regels lang was. Iedereen was een beetje geschokt dat het er al op zat, na twee korte regels. ‘Is dit alles?’, verzuchtte het meisje naast me. Ik hoop dat ze later, net als ik, vaak terug heeft gedacht aan dit gedicht, waarvan het beeld een wereld op zich is. Veel wereld kan in een klein hoekje schuilen.

Maarten Buser
dichter, kunstcriticus en galerie-assistent
2021 voor Espace Enny, Laag Keppel.

Soms Veel Wereld – Espace Enny, Laag Keppel
Van 30 mei tot en met 4 juli – 2021
Deelnemende kunstenaars: Sam Hersbach, Lucas Hoeben, Marianne Lammersen, 
Josje Peters, Ronald Ruseler en Robbert Weide.
Samenstelling: Enny Verhey en Ronald Ruseler

Ronald Ruseler