De kunst mag nooit tekortgedaan worden
Boeken hebben van nature geen haast en wachten geduldig af tot ze in de hand genomen en opengeslagen worden. Hoe vaak komt het niet voor dat onze ogen hen strelen van genoegen als ze in de boekenkast tegen elkaar aanleunen. Op dat moment schuilt in het boek een wereld die gelezen wil worden, ontdekt, opnieuw ingezien of als naslagwerk een duwtje in de rug wordt, op weg naar een verhaal. Dan laat het zich gewillig afstoffen en strekken de woorden zich slaperig even uit. Vervolgens voltrekt zich een metamorfose, want als nieuwe woorden veranderen ze in zinnen en komen ze tot leven. In het hoofd van de lezer voltrekt zich iets magisch, hierna kan het avontuur beginnen.
Niet alleen een boek heeft die eigenschap, maar ook een kunstwerk kent dat geduldig wachten. Het ontleent haar zeggingskracht aan het steeds opnieuw bekeken en ontdekt worden. Dan ontwaakt het. Dat proces herhaalt zich voortdurend, want op het atelier van de kunstenaar sluimert het eerst, zwerft het op de grond, hangt het verveeld aan de muur of dwaalt het als energie zonder naam rond. Tot de vonk overslaat en de kunstenaar het opeens anders ziet. Op dat moment komt het tot leven.

Olympus aan de Korte Prinsengracht
Geduld, wachten en onderwijl hard werken is het onderwerp van het gesprek op het atelier van Robert Broekhuis (1945). Zijn ruime studio bevindt zich in de nok van een ateliercomplex aan de Korte Prinsengracht in hartje Amsterdam. Op deze Olympus, vier etages hoog, werkt Robert al 47 jaar.
Hij vertelde een tijdje geleden dat hij bezig was met een boek over zijn werk. Voor zo’n overzicht werd het wel eens tijd.
‘Ik wilde dat boek maken om een soort inzicht te krijgen over waar ik al die jaren mee bezig bent geweest … Wat heb ik al die jaren eigenlijk gedaan? Door dat boek werd ik mij bewust en dat kan ik niet genoeg benadrukken, dat ik een verhalend kunstenaar ben over een onderwerp, niet over een anekdote. Nu kun je denken, die man is niet goed bij zijn hoofd, maar ik doe in mijn kunst een uitspraak over een onderwerp. Voor mij is daaraan is altijd een element van spelen verbonden geweest, om te ontdekken wat er onbewust in je leeft. Later in het proces komen de hersens erbij. Het resultaat is een soort een tweetrapsraket van het samengaan tussen hoofd en handen. En het grappige is …tijdens het maken van het boek zag ik dat wel een beetje. Maar nu zie ik het nog beter … Ja, Het boek heeft toch een soort bewustzijn teweeggebracht.’
Hooguit duiding, geen dwang
Als beginnend kunstenaar maak je altijd grote stappen, als je ouder bent en ervaren werkt die aandacht anders. Als kunstenaar moet je nooit doelgericht werken, dat is één. Daar komt het spel om de hoek kijken, want door het spel moet je jezelf de ruimte te geven om te ontdekken wat er in jezelf verborgen zit. Dat moet je leren toelaten. Dat is twee. Je werk moet je niet in taal willen uitleggen. Magritte heeft ooit gezegd dat hij zijn schilderijen een titel gaf om ze te beschermen. Dat geldt misschien minder voor Broekhuis, maar hij kan zich wel in dat idee vinden. Een schilderij kan ook zonder als het goed is. Het is hooguit een literair element om een schilderij te duiden, maar je mag een schilderij nooit benadelen door het in een richting te dwingen of te sturen.
Kunst met huisarrest
‘Heel veel werk heeft huisarrest en mag het atelier niet uit, vertelt hij,’ vervolgens staat het jarenlang te zeuren en ik begrijp maar niet hoe ik er mee verder moet. Dan laat ik het geduldig wachten, tot er jaren later iets wordt aangeboord waar je verder mee kunt.’
Op een of andere manier komen bepaalde ideeën onverklaarbaar weer terug.
Misschien werkt dat aanvankelijk verwarrend, legt hij uit, maar hij heeft het in zijn werk over hysterie en barok, over verstilling en leegte … èn hij werkt met abstracties. Als kunstenaar ben je opzoek naar een wereld die in zichzelf besloten ligt en gaandeweg zijn eigen betekenis krijgt. Zoals gezegd kiest hij voor elk onderwerp een stijl en vorm. Dat betekent dat er in het boek heel veel verschillende aspecten aan bod komen.
De verborgen beleving
Het is pure rijkdom als je kunt reflecteren op een bewogen leven als kunstenaar. Robert Broekhuis heeft het punt bereikt waarop het terugbladeren in een oeuvre zijn vruchten afwerpt. De monografie kan gelezen worden als een film vol beelden, die traag teruggespoeld wordt. Daarbij komt een veelheid aan activiteiten aan bod. Broekhuis is actief geweest als schrijver, scenograaf, regisseur van danstheatervoorstellingen, ook voor televisie, maar vooral bleef hij een bouwer en een zoekend schilder. Voor hem is de schilderkunst altijd de rode draad en het anker gebleven, ook in de diepst zwarte tijd na het verlies van zijn zoon, die op tragische wijze om het leven kwam. Hoewel de pijn bleef, keerde er na jaren langzaamaan ook weer ruimte en kleur terug in zijn werk. De verrassing van het zoeken naar wat er al die tijd al geweest was voelde aan als een openbaring en verlossing.
Met een solo in het WG-Kunst, waar de monografie feestelijk gepresenteerd werd door de schrijver Alex de Vries (die tevens een mooi stuk schreef over de kunstenaar) is men een monument en waardevol overzicht rijker. Het is tevens een boek geworden om af en toe ter hand te nemen en het in alle rust opnieuw door te bladeren. Ja … mooi dit … een kunstenaarsleven helder samengevat.
… Zo! …
Nu naar de boekenkast en op de plank bij de B. Tussen Bourgeois, Breitner, Broodthaers en Brusselmans. Niet verkeerd Robert.
Haarlem, 26 februari 2026
Dit artikel verscheen in Articula 36, maart 2026

