Van 22 – 26 april 2002
Maandag 22 4 2002 & Dinsdag 23 4 2002
Van IJmuiden naar Barcelona
Jeugdhotel Alberg Mare de Deú de Montserrat
Stadswandeling met bezoek aan Kathedraal Le Sau
Regel nog snel op het Vellesan wat lopende zaken. Een profielwerkstuk moet ingeleverd zijn en de 4-5 meiviering definitief afgerond. (D.i. de bijeenkomst in de Engelmunduskerk op vier mei, die door het Vellesan mede wordt vormgegeven. Onze ll-en hebben speciaal voor deze gelegenheid gedichten geschreven en schilderwerken gemaakt. Naast de reguliere lessen en de organisatie van deze werkweek naar Barcelona betekent dit veel extra werk. Ronald Neervoort en ik hebben dit project ternauwernood af kunnen ronden,omdat er te weinig tijd voor beschikbaar was.
Het vertrek
M. brengt me naar IJ. Leerlingen staan voor school klaar met hun bagage. Ronald is druk bezig om praktische zaken af te ronden. Zo zijn er meteen al twee calamiteiten die om een oplossing vragen. Nathalie heeft haar deelname aan deze werkweek wel heel erg onhandig aangepakt. Ze heeft alles zelf geregeld en betaald zonderhaar ouders in te lichten. Pas op het laatste moment heeft ze hen verteld dat ze op werkweek zou gaan. Met een ongeloofwaardige smoes zegt ze tegen Ronald dat haar tas gestolen is met haar paspoort erin.
‘Dan mag je wel heel erg snel een nieuw identiteitsbewijs regelen Nathalie’, zegt hij.
Huilend biecht ze het ware verhaal op. Ze mag niet mee van haar moeder. Sneu, want wij kunnen nu niets
meer voor haar doen.
Stefan blijft op de valreep ook thuis. Het is onduidelijk wat hij heeft. Een onbekende ziekte heeft hem ernstig verzwakt. Hij wil graag mee. Met zijn ongeruste ouders staat hij naast de bus. Hij ziet er grijs en bleek uit, maar plotseling wordt zijn huid helemaal geel. Het is onverantwoord hem mee te nemen. We moeten hem in IJ. achterlaten. Ontzettend lullig voor hem en dikke pech.
Uiteindelijk vertrekken we goedgemutst. Uitgezwaaid door de achterblijvers. De drie begeleiders Inge vanDeudekom ( la Deud en espagñol), Ronald Neervoort en Ronald Ruseler zitten achter ‘Corrie’ die ons naar Hazeldonk rijdt. Pieter Oosterhuis verwacht ons in Barcelona. Tot zaterdag!
In de bus met Gerard en Dirk-Jan
In Hazeldonk komen de chauffeurs Gerard en Dirk-Jan aan boord. Zij rijden ons in rap tempo door België & Frankrijk. Dag wordt nacht. De leerlingen fluisteren, praten, lachen en schuiven tegen elkaar aan. Ze hebben erin ieder geval zin om weg te gaan en installeren zich voor de nacht. Robin zit gezellig de jongens op de achterbank in elkaar te beuken. Anderen suffen of slapen. Om 10 uur hebben een aantal meisjes heel braaf hun tandengepoetst & zich afgeschminkt. Ze bereiden zich voor om te gaan slapen in de ongemakkelijke stoelen van de bus. Koelboxen met broodjes, snoep & drinken worden aangesproken. Alles verzorgd door Hotel Mamma & Pappa. De video speelt. Van slapen komt niet echt veel. In doezelstand lijkt de busreis eindeloos te duren. Soms sukkel en schommel je vanuit schemergebied in een echte slaap. De nacht is één lange stille tunnel. Gerard & Dirk-Jan moeten aan elkaar wennen. Dirk-Jan heeft zijn groothandel in horecabenodigdheden van de hand gedaan en is sinds kort touringcarchauffeur om in contact met de mensen te blijven. Dit is zijn eerste reis naar Barcelona. De mannen sluiten vriendschap met opmerkingen in de trant van;
‘Eigenlijk is het niks, maar we gaan er wel wat van maken’
‘Dan zijn we het daarover eens. Kunnen we het voorlopig weer even met elkaar vinden’.
‘Zo is dat’.
Als Gerard terugkeert uit zijn slaapcompartimentje vraagt Dirk-Jan steevast;
‘En? Heb je lekker de binnenkant van je ogen bekeken?’
Inge heeft twee plaatsen voor zichzelf. Ik zit naast Ronald. We praten af en toe. Achter ons wordt gemompeld, gemopperd en gegiecheld. Door het lange zitten ga je alles aan je lijf voelen. We kunnen ‘s nachts slechts korte tijd even de bus uit om de benen te strekken. In de ochtend na een vroeg ontbijt in een retro neonrestaurant komen we een beetje bij.
Barcelona in zicht
Om zeven uur zijn we bij de stadsgrens van Barcelona. Op aanwijzing van Ronald neemt de chauffeur de verkeerde afslag naar het centrum. We verdwalen in een voorstad waar net de spits is begonnen. Op straatwordt het feest van St. Joris (= Jordi) voorbereid. Vrouwen en meisjes krijgen vandaag een bloem aangeboden door de mannen. Op hun beurt ontvangen die een boek. Op iedere straathoek staan tafeltjes met bloemen en boeken opgesteld. Dat ziet er feestelijk uit.
Pieter is ondertussen telefonisch door Inge gewekt. Hij zal straks bij de jeugdherberg staan, maar moet daar twee uur geduldig wachten voor we bij het hotel arriveren. Voor de jeugdherberg volgt een vrolijk weerzien. Het is hier voor hem een thuiswedstrijd, want hij verblijft sinds november in Barcelona. In de oude stad huurt hij een kleine kamer met een groot dakterras. Een half jaar nu, volgt en geeft hij cursussen, die hij afwisselt met de lome tred van de mediterrane levensgenieter.
Pieter is gids
Jeugdhotel Alberg Mare de Deú de Montserrat is prettig gelegen op een heuvel even buiten het centrum. De statige hal is in neomoorse stijl vormgegeven. Het complex is groot en ruim. We schrijven ons in en de kamers worden verdeeld. Drie docenten slapen op één kamer meer zit er voor ons niet in. Eén bed + stapelbed. Eigen bãno. We slapen op enige afstand van de afdeling waar de ll-en verblijven. Dat is voor ons niet ongunstig. Buiten is het weldadig warm. Voor het bordes ligt grind. Onder de schaduwrijke bomen staan banken. Achter de banken ligt een tuin. Buiten krijgen de leerlingen een korte instructie en daarna hebben ze tijd om wat eenvoudige inkopen te doen. Wij strijken neer op een terrasje en laten ons door Pieter bijpraten over zijn ervaringen in Barcelona.
In twee groepen gaan we, na de lunch met de metro richting centrum. Inge en ik zitten in het douche- en optutgroepje en vertrekken iets later. We treffen de eerste groep bij de Ramblas.
Pieter leidt ons rond door Barri Gòtic. Dit is de buurt waar hij woont. We wandelen door stegen en gaan langs pleinen. De kathedraal van Barcelona heet La Seu en ligt in het midden van Barri Gòtic. Het is redelijk zuivere gotische kerk met een open interieur en ranke zuilen. In de kloostertuin lopen ganzen rond onder palmbomen. Hun onschuldig gesnater staat borg voor de maagdelijkheid van de Heilige Eulàlia, zo wil het verhaal. De Heilige Eulàlia is de patroonheilige van deze kerk. Op het dak van La Seu wijst Pieter zijn comfortabele dakterras aan. Op de Ramblas spreken we met de leerlingen een centraal verzamelpunt af. Dat wordt het bord met de T, naast de Mercat de la Boqueria. We verspreiden ons voor het diner. In een tapasbar, muy particular, zitten we zo luid te kletsen en te lachen dat een vlaams echtpaar naast ons met nieuwsgierige blik zit mee te luisteren.
‘We horen niets, we horen niets’, zegt hun blik. De schemer breekt aan en de vaste kaartspelers gaan langzamerhand huiswaarts. De avondgasten komen binnendruppelen. Voor ons reden om af te rekenen en de leerlingen weer op te zoeken. Zij hebben de keus om terug te keren naar het hotel òf met Ronald & Pieter de UEFA-cupfinale Real Madrid – FC Barcelona te bekijken in een café. De wedstrijd houdt in Spanje de gemoederen bezig, omdat het de eerste keer in de voetbalhistorie is dat twee spaanse clubs in de UEFA-cupfinale tegen elkaar spelen. Tot onze stomme verbazing willen de meesten echter terug naar huis. Ze zijn moe en willen nog wat rommelen voordat ze gaan slapen. Er wordt door sommigen wat gebiljart, geïnternet of voetbal gekeken in de conversatiezaal. Barcelona ligt aan onze voeten. Morgen zetten we ons avontuur voort.
Woensdag 24 4 2002
Gaudidag.
Parc Guëll, stadswandeling, Sagrada Familia
Bustour
‘Noemen ze dat nou een ontbijt? Een broodje & zes koekjes…één broodje!… en het is geeneens te vreten ook!’, roepen leerlingen verontwaardigd. Dat in een ander land andere ontbijtgewoonten bestaan moet nog even doordringen. In de ochtendzon verzamelen de eersten zich op de banken voor de ingang. De jongens trappen op het terras een balletje.
Drugs?
Plotseling bereikt ons een verontrustend bericht. Op onze etage is een groep leerlingen gehuisvest van het St. Zusemmezo College uit Amsterdam. De begeleiders maakten gisteren een schichtige indruk. Vanmorgen hebben zij leerlingen van het Vellesan aangewezen als drugsdealers. We hijsen de stormbal en overleggen wat ons te doen staat. Op onze kamer roepen we na een kort overleg Tim naar boven. De lerares heeft hem aangewezen als schuldige, omdat hij met zijn gekleurde haar opvalt. Tim ontkent niet gisteravond gerookt te hebben, maar wiet heeft hij niet bij zich.
‘Omdat ik altijd een tip bij me heb en ik die aan die jongen uit Amsterdam gaf waar de lerares bij stond denkt zij nu dat ìk de schuldige ben’, vertelt hij.
‘Wie heeft er dan nog meer wiet bij zich Tim, want er is gisteren gerookt’, vragen we.‘ Tsja…wie…eh.. Leon…eh…’, zegt hij zacht, ‘Leon had wiet bij zich, maar dat is nu op’.
Zijn ogen schieten onrustig heen en weer.
‘Shit.. Nu sta ik hem te verlinken’, zien we hem schrikken.
We halen Leon naar boven en vragen hoe volgens hem de vork in de steel zit. Leon stamelt dat hij wat spul meegenomen had, maar eerlijk, ècht eerlijk, dat is nu op.
‘Besef je niet dat jij nu degene bent die de groep in gevaar gebracht heeft. We hebben dat op school nog zo nadrukkelijk tegen jullie gezegd. Je bent op dit moment de zwakste schakel, want je bent niet alleen met die wiet drie landsgrenzen gepasseerd, maar je hebt ook een andere grens overschreden. Je hebt nl. de groep in gevaar gebracht met je onnadenkendheid’, zeggen we.
‘Sorry, daar heb ik niet bij nagedacht’, staart hij schuldbewust, ‘Het is stom….sorry’.
Voor het hotel lichten we de anderen in. Ze luisteren gespannen naar ons verhaal. De twee zwakke schakels
staan besmuikt ter zijde. Er gaat een brief naar de ouders en wat ons betreft basta. Twee gele kaarten moet vooralsnog voldoende zijn. Zand erover en zaak gesloten.
Stadswandeling 1
We lopen het terrein af om het programma, dat door de leerlingen zelf is voorbereid, voort te zetten. Ieder werkgroepje geeft een korte uitleg bij elk onderdeel dat we bezoeken. Ons eerste doel is het Guëll Park dat we via een ingang aan de achterkant betreden. Op de heuvel kijken we uit over het centrum van de zonnige stad waar een deken van smog boven hangt. Beneden ons ligt het park. Het is er druk met scholieren, toeristen en wandelende bejaarden uit de buurt. Tijdens de ochtendkoffie vertelt Pieter over zijn belevenissen in het afgelopen jaar en zijn nieuwe zomerhuis in Z- Frankrijk. Inge spreekt over haar bezoeken aan Barcelona tijdens een langdurig verblijf in Spanje. Ze heeft in de loop der jaren Praatspaans geleerd en spreekt dat heel goed. We worden aangesproken door een groepje verlegen basisschoolleerlingen die van hun juf een enquête moeten afnemen in het Engels. De brutaalste durft de vragen te stellen, terwijl de anderen schaapachtig om hem heen staan.
Op het plein is het reuze gezellig met rennende en spelende kinderen. De vrolijke en feestelijke kleuren van de keramische patronen op de beroemde, meanderende Slangenbank en de fantasievolle vormen van de architectuur maken het park tot een ware attractie. Achter het hek van de ingang is het heel druk met vogels van divers pluimage. Leuke franse jongens worden door onze meisjes als trofeeën in hun groepje getrokken en op de foto gezet. De eerste pleisters worden op de blaren geplakt. We maken een groepsportret. Pieter neemt ons verder de stad in en loopt langs drie pleinen waar restaurants te vinden zijn. Hier kan geluncht worden. De leerlingen nemen het meest pittoreske plein in bezit en ploffen neer op de terrassen. Op een aanpalend plein geven we ons over aan de geneugten van een goed menú del dia. De stilte wordt plotseling verbroken door de herrie van een drilboor, bovendien valt er door de trillingen, vlak naast onze tafel, een amorfe ijzeren staaf uit de boom. Hier krijgt het rustieke Barcelona geen kans, maar waarom zouden wij ons laten ontmoedigen? De pleinbewoners storen zich ook niet aan de herrie en lunchen onverstoorbaar verder. We laten onze gedachten inmiddels gaan over het wietincident, het Vellesan, deze werkweek en vooral onze groep leerlingen. Het ziet er naar uit dat we het met hen erg getroffen hebben. Onze zegeningen tellend zoeken we hen na de lunch weer op. Ze zijn ondertussen in diverse groepjes opgaan. De stoeren, de schoonheden, de puistenkoppen, de zwijgers en bescheidenen, de vrienden en vriendinnen, de solitairen.
Stadswandeling 2
De stadswandeling wordt voortgezet. In twee groepen vervolgen we de tocht. Onder leiding van Jordi en Stefan bekijkt groep Inge en Ronald R. de route die voert langs opmerkelijke gebouwen. Jasper van groep Pieter en Ronald N. omschreef onze gidsen van de categorie 11/2, want Jordi kon nog wel eens vaag zijn. Dat klopt. We lopen verkeerd en van de tekst die hij in de gauwigheid uit het Engels moet vertalen is niet veel te volgen. Hij maakt zich er snel van af door te stellen dat we zelf maar goed moeten kijken dan komt het, wat hem betreft, allemaal in orde.
Inge staat even later met een groep leerlingen te keten bij een straatverkoper. Bijna allemaal kopen ze van hem een maffe zonnebril, zodat de man door Inge gedwongen wordt om korting te geven. Hij neemt licht teleurgesteld genoegen met een kleinere winst. Halverwege treffen de twee groepen elkaar weer. Op de stoep klonteren we bijeen. Passanten wordt de weg versperd. Zet de groep zich eenmaal als penne in beweging, dan rekt de groep zich al sjokkend uit tot een lange sliert spaghetti. Bij de stoplichten schuift de massa weer in elkaar als een harmonica. Het verplaatsen van een groep kent haar eigen wetmatigheden.
Sagrada Familia
Bij de loketten van de Sagrada Familia kijken Ronald en ik of de bevestiging van ons bezoek op de balie ligt,maar helaas, een gids is niet beschikbaar. Dat had schriftelijk aangevraagd moeten worden. We krijgen groepskorting en kunnen door een speciale ingang naar binnen. Er wordt gegrapt dat allen tegen het hek moeten gaan staan met hun handen omhoog, omdat ze gefouilleerd gaan worden. Sommigen doen dat gehoorzaam en staren geduldig in een heg. Eenmaal binnen stuift de groep uiteen.
De Sagrada Familia bezoeken is een toeristisch evenement van de hoogste soort. Veel mensen willen de kerk in aanbouw bekijken. Het komt nergens meer voor dat een kerk volgens ouderwetse, middeleeuwse principes gebouwd wordt. Een fractie van wat het bouwwerk ooit moet worden staat overeind. De noord- en zuidingang zijn vrijwel voltooid. Aan de absis en de viering wordt hard gewerkt. Volgens de huidige plannen moet de kathedraal, als alles goed gaat, er in 2021 staan. Men wil opschieten, vandaar dat het traditionele metselen is vervangen door gieten. De bouwtekeningen in het museum laten zien hoe groots het bouwwerk gaat worden. Een imposante slagroomtaart met lichten uit het centrale kruis bovenop de vieringstoren. Nu het postmodernisme wortel heeft geschoten is het ontwerp van Gaudi geen curiosum meer maar hèt voorbeeld van eclectische vormhallucinatie. Vrolijke bollen en ballen, meerhoekige vlakken, zuilen en conische vormen bekleed met divers beeldhouwwerk. Stijlverschillen en stijlbreuken verraden de lange bouwduur. Gelukkig maar. Geen nostalgische, architectonische heimwee, want dat is het doel van deze bouw al; een traditionele kathedraal bouwen.
Je kunt de torens beklimmen. Dat is spectaculair, omdat alles nog zo grof en onaf is. Je krijgt daar een goed beeld van de werkzaamheden. Er komen twaalf torens, die ieder eén van de apostelen zal symboliseren. Na het bezoek aan de Sagrada Familia kunnen de leerlingen hun eigen tijd besteden. Wij drinken een aperitief op het Plaza Royal. Een leuk plein waar variétéartiesten en zangers, bedelaars en zwervers, sigaretten- en lotenverkopers onze aandacht vragen. Als een zanger of zangeres met de pet rondgaat dan komt het nietzelden voor dat een aangeschoten bedelaar als een parasiet een graantje probeert mee te pikken door zijn hand precies naast de pet van de artiest te houden.
Naar Castell de Montjuïc
In Los Caracoles, waar buiten de kippen aan het spit hangen en het binnen bij het grote open fornuis bloedheet en heel bedrijvig is, versiert Inge handig en snel een tafel. Het restaurant bestaat uit vele kleine ruimtes waardoor je het gevoel hebt heel knus in een klein etablissement te zitten. Aan de muren hangen foto’s van beroemdheden. Het restaurant is druk. Over de kwaliteit van het diner valt niet te klagen. In tegendeel. Het is er perfect. We hebben weer prettig de stand van zaken geëvalueerd en komen tot de conclusie dat er met Barcelona niets mis is. Voor een korte bustour hebben we afgesproken op het Plaça Portal de la Pau bij de Columbuszuil. Sandra voelt zich waardeloos en Inge besluit om haar met de taxi naar het hotel terug te brengen. De rest hijst zich in de bus. Als we langs het voormalig Olympisch Dorp rijden bedenken we dat we hier morgen misschien de ‘bonte avond’ wel kunnen houden. Er is een supermarkt vlak naast het strand. De voorwaarden om morgenavond rustig onze eigen gang te gaan lijken hier gunstig. Ideetje! Gaan we doen! De bus brengt ons verder naar Castell de Montjuïc. Bovenop de berg kijken we weer uit over de stad en maken we de zonsondergang mee. Of we nu met de bus of de metro terugkeren weet ik niet meer, maar de meesten besluiten weer net als gisteren mee te gaan naar het hotel. Vier diehard-meisjes willen nog in de stad blijven om iets te drinken.
Avond
Het is opvallend hoe de leerlingen zich steeds aan de afspraken houden. Dat geldt voor de stadsgangers, maar ook voor hen die terug willen. Nooit is iemand zoek, altijd is men ruimschoots op tijd. Vanavond is het iets onrustiger op de gang. Veel heen & weer geloop en gedraal. Ons geduld wordt enigszins op de proef gesteld, maar met zachte drang hebben we iedereen uiteindelijk op de kamers. We doen net of we vertrekken, maar blijven nog even wachten op de gang. In de verte klinkt al snel getrippetrip in onze richting. Renate en Stella komen op hun tenen aangeslopen. Snel verzint Stella het smoesje of we soms een pleister hebben. Hun plannetje om naar de Portugese jongens, een etage lager, te gaan, moet snel bijgesteld worden.
Onze mond valt open door het hoofddeksel van Stella. We komen niet meer bij. Stel je voor: ze heeft een knalrood helmpje op waar een propellertje op staat. Je bent thuis en je denkt;
‘Wat zal ik nu nog meer meenemen?… Oh ja…. . Natuurlijk…Niet vergeten…Het knalrode helmpje met dat propellertje erop… Dat moet ook nog mee!’.
Zoeven konden we het ongenoegen van Robin wel voorstellen, want de docent van de andere school uit Amsterdam had hem vanavond in het voorbijgaan toegesist;
‘Ga jij maar lekker door met bier drinken’.
We kunnen het ons best voorstellen, maar nu gaan we eerst in het mandje en laten het geschuifel over de gang maar even voor wat het is.
Donderdag 25 4 2002
Excursie naar Montserrat
Bezoek aan het Aquarium
Strandfeest met karaoke
De bus rijdt ons naar Montserrat. Inge blijft in Barcelona om te joggen. Montserrat is een pleisterplaats voor pelgrims. Men kan in de kerk de Zwarte Madonna vereren. Bidden tot deze Madonna bevordert de zwangerschap. We geven dit aan de leerlingen ter overweging als we naar boven rijden. De berg heeft ooit bescherming geboden aan het beeld toen de Moren trachtten het Iberisch schiereiland te veroveren op de christenen. De legende schrijft het kunstwerk toe aan St. Lucas. Die gaf het de Heilige Petrus mee toen die naar Spanje vertrok om dit volk te kerstenen. De Zwarte Madonnatraditie heeft in Latijns-Amerika ook veel navolging. Komt hier vandaan.
Bij aankomst maken we een groepsfoto. Pieter heeft een hele batterij toestellen voor zijn neus liggen en bij ieder kiekje roepen we weer Kaas, Queso of Barcelona… Zelfs de ‘Wave’ wordt in ingezet. Omdat de bus moeite had Barcelona te verlaten zijn we te laat om in de kapel de echte Zwarte Madonna te bewonderen. Jammer. Voor de liefhebbers is er een klein museum. Bijzonder is het niet. Op de bovenverdieping zijn negentiende-eeuwse schilderijen van lokale kunstenaars te zien en in de kelder hangen een Sta. Magdalena van El Greco en een St. Jeronimo van Caravaggio. Wat de opzet van het museum is, in relatie met de kerk, blijft duister.
Het Aquarium
Terug in de bus wordt er gedold door Pieter en Ronald. De chauffeurs worden ook betrokken in de vrolijke stemming. Bij de zuil van Columbus aangekomen heeft de pret zich van het hele gezelschap meester gemaakt. We maken ons op voor een bezoek aan het Aquarium. Snel wordt door iedereen een McSnack naar binnen gewerkt. Hier treffen we Inge weer.
De V4-groep heeft het bezoek goed voorbereid. Men verwacht ons. De attractie in het Aquarium is niet slecht opgezet. Verschillende biotopen zijn nagebootst in ruime bassins. Je kunt zelfs met een rolband onder de vissen door. Een idiote staartloze vis, het beest is alleen ‘kop’, doet eerder denken aan een masker uit een prent van Kamagurka, dan aan een serieus dier. De bewegingloze en geheimzinnige oerschelp ’Nautilus’ is ook te zien. De leerlingen kunnen zich na het Aquarium vermaken waar ze willen.
Strandfeest met karaoke
Wij nemen plaats op het terrasje van een café-bar op de boulevard aan de haven. Doordat we elkaar beter leren kennen lijkt het net of we al heel lang met elkaar op reis zijn. Gek is dat. Het lijkt net of we een hermetisch scenario afwerken, maar door onze luchtigheid en het vermogen om het razendsnel met elkaar eens te zijn verloopt het programma zo gladjes als wat.
Wat de leerlingen betreft, die zijn nog steeds razend nieuwsgierig naar het beloofde avondprogramma. Dat moest verdiend worden hadden we van tevoren tegen hen gezegd.
‘Waar brengen ze ons naar toe?’, vraagt iedereen zich af, als we weer in de metro zitten.
We stappen uit bij het voormalig Olympisch dorp.
‘Waar zijn we in hemelsnaam?’, wordt er gevraagd als we naar boven lopen.
‘Meneer, gaan we naar een restaurant?’
‘Ik weet het al. We gaan naar de bioscoop’.
‘Nee, we gaan naar de sauna. Kijk maar. Daar is een sauna’.
Om aan al het gissen een eind te maken ontvouwt Ronald onze plannen. Meisjes stoten elkaar aan en zeggen;‘Vèèèèt! Met zijn allen picknicken op het strand’.
‘…Gezellig…’.
Er worden boodschappen gedaan in de supermercado. De rest zoekt op het strand een geschikte plaats. Van drie grote handdoeken wordt een tafel geïmproviseerd. Snacks, chips, blikjes bier, pakken sangria en flessen fris worden uitgestald. Er is stokbrood, kaas en beleg. Het ìs echt gezellig. Er wordt gezongen en wat gekletst. Van vier schoenen worden verderop twee doeltjes gemaakt. De jongens spelen een partijtje voetbal, met hun tweede balletje, want hun eerste exemplaar lag na een dag al ergens op een dak. We hebben een jarige. Hij trakteert op ijs, want hij is vandaag 16 jaar geworden.
De voetballers besluiten om hem als verrassing in zee te gooien, nadat wij hem uitbundig ‘Langzalzuhleve’ hebben toegezongen. Een nat pak heeft hij wel verdiend, vinden ze. Anderen volgen, veelal tegenstribbelend. Iedereen gaat iedereen in het water gooien.
Ronald roept dat, nu we toch aan het zingen zijn, het tijd wordt om een lijst op te stellen van onze favoriete liedjes. Als de eerste weifelaars over de brug zijn, heeft hij snel genoeg een lijst om een heus festival te organiseren.
Kink in de kabel
Na de picknick vormen we een halve cirkel om het programma voort te zetten. Plotseling en onvoorzien dreigt het zangfestijn in duigen te vallen. Meisjes hebben al heupwiegend een groep jongemannen het hoofd op hol gebracht en uitgedaagd bij onze groep te komen zitten. Als zij aanschuiven blijkt pas hoe zat en stoned ze zijn.‘Krijg die lawaaischoppers maar eens weg.’, denken we als we hen bezig zien.
Ronald probeert tevergeefs de ‘Karaoke’ te starten, maar de zatlappen lopen te zieken en brullen door onze liedjes heen. Ze zijn niet voor rede vatbaar en irriteren onze jongens. Er dreigt een opstootje door verhit duwen en trekken. Ga met Inge en Pieter tevergeefs voor de dronken spelbrekers staan. Het heeft weinig zin hen aan te spreken.
Toch krijgen Inge en Stefan, die van oorsprong uit Chili komt en vloeiend Spaans spreekt, het voor elkaar dat ze iets inbinden. Ze komen uit Bolivia en zijn hier op vakantie.
‘Als zìj niet weggaan dan vertrekken wìj’, zeggen Ronald en Pieter en slaan 10 meter verder, bij de kademuur, een nieuw kampement op. De Bolivianen kunnen ons niet meer vinden als we opgestaan zijn, want voor hen blijft de nieuwe plek gelukkig in nevelen gehuld.
Brian en Barry zijn over hun toeren. Ze hebben tijdens de schermutselingen een paar tikken op de kop gehad. Robin roept verontwaardigd waarom de leiding niet boven op die lui is gesprongen. Als hij de leiding was geweest hattie de eikels meteen van het strand geveegd. Zeker weten! Barry staat nog na te snikken tegen het talud en wordt door meisjes getroost. Martin is in de verwarring zijn nieuwe blauwe Puma’s kwijtgeraakt en Marco ligt, met iets te veel biertjes op, de sterren te tellen.
Enthousiaste ceremoniemeester
De stemming leek bedorven, maar de leerlingen pakken de feestsfeer snel weer op. Ronald stapt moeiteloos in. zijn rol als enthousiaste ceremoniemeester en voor we het beseffen is het incident met de onruststokers vergeten. Er wordt gezongen dat het een lieve lust is. In koor of solo. Krezip en Anouk komen langs en Jasper zingt met Mieke een fragment uit Miss Saigon. Micha declameert Negentien Letterlingo en een scabreus vers van De Vliegende Panters en Inge wordt in koortjes getrokken om mee te doen.
Na een massaal ‘..???.. at the dashboard light’ loopt het feest ten einde. Het licht van de volle maan schittert in zee. Vlak voor vertrek leggen we de leerlingen twee keuzemogelijkheden voor. Òf je gaat mee terug naar het hotel en vermaakt je daar òf je kunt met Ronald mee de stad in. Verwarring. Zenuwachtig worden coalities gesloten.
‘Minder.. Wat moeten we doen? .. Wie gaat met wie waarnaartoe?..’
Er wordt geroepen dat er geen uitgaanskleding mee is en dat je met deze strandkleren onmogelijk de stad in kunt. Moeilijk. Als de keuze is gemaakt en er twee groepen in de gangen van de metro staan nemen we en passant afscheid van Pieter. Hij vertrekt, met het vliegtuig, morgenochtend vroeg, voor een korte onderbreking van een week naar Amsterdam.
Avond
Onze groep gaat richting hotel. Inge vangt op dat een stel meisjes zich in het hotel wil opknappen en daarna heel sneaky weer richting stad gaat om daar lekker te stappen. Ze hebben ingecalculeerd dat de deur om het half uur open is en dan kunnen zij meteen naar buiten piepen. Inderdaad zitten ze even later tiptop, met schoudertas om en lakschoenen aan, op de bank hun kansen in te schatten.
‘Jullie denken toch niet dat jullie nog de stad in kunnen?’, vragen we, ‘want dan hadden jullie bij meneer Neervoort moeten blijven. We zijn bang dat de kans om uit te gaan verspeeld is. Wat ons betreft doen jullie wat je wilt, maar niet buiten het hek van het hotel’. De ogen van de meiden spuwen vuur. Ze kunnen ons wel vermoorden. De nachtportier stelt ons gerust. Men kan het jeugdhotel wel ìn, maar naar buiten gaan staat hij niet toe. Verder vindt hij alles prima als het maar rustig blijft.
Ronald staat ondertussen met zijn groep voor The Irish Pub. De uitsmijter overziet het geheel en wijst nee met zijn vinger;
‘No kids’.
‘Mooi zo ‘, denkt hij, precies wat ik nodig heb’. Hij loopt met de ‘kids’ naar Plaza Royal. Er worden drie tafels tegen elkaar gezet. Suzanne kan dan nooit nalaten ‘gesellig’ te roepen of ‘reusegesellig’. Tegen tweeën wil het spulletje met taxi’s huiswaarts. Als Ronald even verderop, met de vier taxichauffeurs afspreekt hoe dat aangepakt gaat worden, hangen vreemde jongens om de schouders van onze meisjes.
‘Bluuuuhhhg!.. Ooooolllléee!’, lallen ze.
‘Volgens mij wordt het, voor jullie, tijd om naar bed te gaan, jongens’, merkt Ronald op als hij weer bij het groepje staat.
‘Wèh… Nederlanders!.. Blâââhhhg!..Kom op… We gaan…’, en hossen verder de duisternis in. Van Ronalds thuiskomst geen weet, want om half twee ben ik dan al in bed gedoken.
Vrijdag 26 4 2002 – zaterdag 27 4 2002
Fundació Juan Miró
Camp Nou/ Galerie Maeght & Museu Picasso
De terugreis
We zetten vanmorgen de bagage en de handbagage voor de terugreis in de bus. (De bus heeft steeds tot tevredenheid van de chauffeurs achter het hotel privé geparkeerd gestaan) Met de metro naar de Montjuïc. Je kunt naar boven wandelen en soms gebruik maken van roltrappen om op de verschillende terrassen te komen. Bovenop de heuvel, aan de rand, ligt het Fundació Juan Miró. Het is er druk. Veel Spaanse scholieren. De allerkleinsten moeten elkaar aan hun vestje vasthouden. Sliertig kijken ze om zich heen en letten nergens op. Vermakelijk Breugheliaanse scène)
De kabelbaan, Camp Nou en Miromuseum
In het Miromuseum splitst onze groep zich op. Wie naar Nou Camp wil gaat met Inge en Ronald mee. De rest kan de stad in. Drie meisjes blijven achter omdat ze de kunstwerken beter willen bekijken en geen interesse hebben in het voetbalstadion. Loop met Tineke, Renate en Chantal door het museum. Met veel belangstelling bekijken ze het werk van Miro. Voor mij is het bezoeken van culturele instellingen deze week problematisch, want ik kan me nergens behoorlijk in verdiepen. Ik bekijk alles oppervlakkig en kan er zo recht voor zijn raap ook niet veel over vertellen. Naar kunst kijken staat gelijk aan het beoefenen van sport; je moet je er in alle rust goed op kunnen concentreren anders wordt het niets. De wandeling door het museum is wat dat betreft een goed begin.
We lopen na het Miromuseum naar het loket waar kaartjes verkocht worden voor de kabelbaan die boven de haven hangt. Het is een toeristisch overblijfsel uit andere tijden. De kabelbaan is in de loop der jaren zelf een architectonisch museumstuk geworden en steekt af tegenover de kersverse gebouwen aan de haven. Oud en nieuw, mooi en lelijk, zakelijke bedrijvigheid en toeristisch vermaak staan hier op een betrekkelijk klein gebied bijeen.
Kunst kijken
Na het aantrekkelijke tochtje door de lucht gaan we de oude stad weer in en kopen een broodje, dat we op de stoep van galerie Maeght opeten.
‘Zijn jullie wel eens in een galerie geweest?’, vraag ik.
‘Nee. Mag je daar dan zomaar naar binnen of moet je een kaartje kopen’.
‘Eigenlijk is het een winkel waar je kunst kunt kopen en je mag er gewoon rondkijken. Hier kun je ook werk van Miro krijgen. Zullen we een echte Miro voor school kopen of willen jullie naar Picasso?’.
‘Nee, eerst naar de Miro’, vinden ze.
We blijven redelijk lang binnen. Met belangstelling en interesse worden kunstenaarsboeken, etsen, litho’s, schilderijen en objecten bekeken. De meisjes vragen hoe al die dingen gemaakt zijn en hoe die prijzen van al die werken nu worden vastgesteld. Merk plotseling dat er ècht gekeken wordt.
‘Dit gaat goed’, bedenk ik als we bij Maeght zijn warmgelopen.
We maken voor de beroemde galerie een paar groepsfoto’s voor in het plakboek en wandelen het Picassomuseum binnen.
Museu Picasso
De collectie is ten dele te zien, omdat de museumzalen een opknapbeurt krijgen. Van Picasso wordt studiewerk getoond uit de tijd dat hij hier in Barcelona zijn eerste artistieke stappen zette. Veel pittoreske landschapsstudies die nog niets weg hebben van de Picasso’s die de schilderkunst van de twintigste eeuw zo radicaal bepaald hebben. Het schilderij ‘Wetenschap en Liefdadigheid’ uit 1897 staat nog geheel in de traditie van de tweede helft negentiende eeuw; moralistisch realisme. De vader van Picasso, die tekenleraar was enzijn zoon op tekengebied niets meer kon leren, staat model voor de dokter. Dit is het bekendste schilderij dat hier hangt.
De laatste zalen zijn volgehangen met ‘Las Meninas’-variaties.
‘Wie zijn klassieken kent snapt meteen wat hier aan de hand is en waar het Picasso om te doen is geweest. Uit bewondering bestudeert hij schilderend het werk van Velasques. Hij meet zijn genie aan dat van zijn grote. voorganger’. We blijven lange tijd hangen en vergelijken ontstaansdata en diverse varianten. Alle doeken lijken onaf, maar Renate merkt op dat dit grote, onaffe schilderij juist affer is, dan wanneer het echt af gemaakt zou zijn. Bingo! In één keer raak. Missie volbracht. Opzet geslaagd! Mijn dag kan niet meer stuk. Neem buiten afscheid van het groepje en wandel naar het Plaza Royal waar Inge en Ronald al op de afgesproken plaats wachten.
Opwinding en Onrust
Inge en Ronald vertellen over de opwinding die Micha veroorzaakte, omdat hij op een terras zijn rugzak had laten staan. Ongerust moest men terug om het ding te zoeken. De tas werd gevonden, maar Micha dacht in zijn zenuwen dat de portemonnee verdwenen was. Toen die uiteindelijk ook boven water kwam kon Ronald niet nalaten hem een schop onder zijn kont te geven. Door de verwarring en consternatie lijkt Ronald voor de loketten van het stadion zijn creditcard kwijt te zijn
‘Het zal toch niet waar zijn!’ denkt hij van schrik. Het zweet breekt hem uit, maar al snel blijkt hij de pas in een andere zak gestopt te hebben bij het Miromuseum.
‘Micha. Geef Neervoort een schop onder zijn kont’, plagen de leerlingen.
Tijdens onze late lunch genieten we voor de laatste keer op het terras. We bereiden ons al voor op de lange busrit naar Nederland. Voor de bus arriveert op het Plaça Portal de la Pau is er nog tijd voor enige laatste inkopen. Om klokslag zes uur rijden we weg uit het centrum van Barcelona. In de bus is onrust ontstaan, omdat iedereen en andere plaats bezet, bang als men is om vannacht slecht te zitten. Dit tot ongenoegen van diegenen die denken privileges te kunnen ontlenen aan voordeeltjes van de heenreis. Allen zijn moe en ieders geduld raakt zo’n beetje op. Uiteindelijk lossen een paar verstandige leerlingen het gedoe op en daalt de rust neer. Een lange nacht ligt voor ons.
De terugreis
Hoe moe we ook zijn. De stemming lijdt er niet onder. Rustig zit men te snoepen en te doezelen. Op de
achterbank domineert de paarse sombrero van Micha. We zien dat ding om de zoveel tijd door de lucht zeilen, dus de achterbank weet zich nog steeds te vermaken. Als de films eenmaal draaien wordt het stil. Van de chauffeurs mogen leerlingen in het gangpad slapen en dat is tof. Er wordt stug doorgereden, want om zes uur zitten we in Luxemburg te ontbijten en om één uur te lunchen in Meerdonk bij Noordeloos. Hier nemen we afscheid van Gerard en Dirk-Jan. Norse Harry klimt in de bus. Hij zal ons naar Velsen rijden.
Martin gaat met de pet rond. Dan kan hij straks zijn zoekgeraakte blauwe Puma’s weer opnieuw kopen. Micha mag ter afscheid Negentien Letterlingo nog eenmaal declameren, omdat hij gisteren in de categorie Humor de eerste prijs gewonnen had. Mieke zingt voor de laatste maal haar melancholieke song en dat is voor allen de spijtige aankondiging dat deze werkweek nu toch echt ten einde is.
Thuis
Bij de school lijkt er niemand op onze bus te wachten als we komen aanrijden, maar de afhalers staan te schuilen, omdat het hier in Nederland koud en morsig weer is. We worden door de rector verwelkomd. De leerlingen nemen afscheid. Een aantal ouders bedanken ons voor alle zorgen en behouden terugkeer. Een moeder duwt ons ontroerd een brief in de hand, als dank voor de begeleiding van haar dochter, die voor het eerst, alleen, zo ver van huis was.
In de docentenkamer toasten we op de goede afloop. De ruis zit nog in de oren, de roes moet langzaam wegebben. We zijn terug op aarde. Ronald gaat met de draagvleugelboot terug naar Amsterdam en Inge vertrekt naar Schiphol, want vanavond vliegt ze terug richting Nice.
De werkweek naar Barcelona zit erop. De vakantie is begonnen.
Ronald Ruseler
Haarlem, april 2002
