Hans Faverey: De Chrysanten, roeiers (1977)

De chrysanten,
die in de vaas op de tafel
bij het raam staan: dat

zijn niet de chrysanten
die bij het raam
op de tafel
in de vaas staan.

De wind die je zo hindert
en je haar door de war maakt,

dat is de wind die je haar verwart;
het is de wind waardoor je niet
meer gehinderd wilt worden
als je haar in de war is

_

Eerst als iemand op de foto
levensgroot zijn dood
staat op te wachten,
wordt hij herkend.

Allen staan zij op de oever,
kijkend naar het eigen
vogeltje; lacherig: allen.

Niemand herkent zich op deze foto.
Wat heet plotseling in een spiegel?
Spiegels herkennen nooit iemand.
Wat heet plotseling op een foto?

Als ik straks een hand zie
voor ogen, help ik mij hopen
dat het een eigen hand is,
of dat het een hand is
die bij mij wil horen.

_

Als ik iets wil gaan doen,
moet ik dan al opgestaan zijn
om het te willen gaan doen;
of moest ik het al gedaan

willen hebben: om zó op
te kunnen staan, dat ik

het had moeten doen;

en zodoende het spoor
bijster geraakt zijnde,
deed zoals het zich gedaan
wilde zijn, sans rancune:
ofschoon er niets was gebeurd,

en ik niet afwezig wilde zijn,
omdat ik mij zo niet kende,
toen het stond te gebeuren.

_

Zo het iets teweeg brengt,
en zich heeft vergeten,
is het tevergeefs
en in godsnaam.

De volstrekte leegte
in elk ding, die werkelijk
is, en als zodanig werkzaam is,
en zich vermengt met de echo
van het laatste woord:

dat niet meer over de lippen
wil; die lippen eerst nog lief-

koost, en daarna zonder schroom
aantast: dit hopeloos ontbreken,
dat overal knopen legt in water
en een naald is in brood.

_

Van lieverlede: zo
komen zij nader: 8 roeiers,
steeds verder landinwaarts

groeiend in hun mythologie:
met elke slag steeds verder
van huis, uit allemacht roeiend;
groeiend tot alle water weg is,
en zij het hele landschap

vullen tot de rand. Acht-
steeds verder landinwaarts
roeiend; landschap daar al geen
water meer is: dichtgegroeid
landschap al. Landschap,
steeds verder land-

inwaarts roeiend; land
zonder roeiers; dicht-
geroeid land al.

uit; Hans Faverij – Verzamelde Gedichten 1993