Onder de Vulkaan – Malcolm Lowry

Het boek Onder de Vulkaan van Malcolm Lowry, dat ik in mijn studententijd las, had mij indertijd diep geraakt. Door het boek ontstond destijds het verlangen ooit Mexico te bezoeken. Het verhaal beschrijft de laatste vierentwintig uur uit het leven van de alcoholistische Britse consul Geoffry Firmin in de Mexicaanse stad Quauhnahuac (in werkelijkheid Cuernavaca). Het is Allerzielen, de Día de los Muertos ergens in 1938-1939. Lowry heeft in het boek vele lagen en (literaire en/of politieke) verwijzingen verwerkt. Het is een door en door symbolische roman; een ondergangsvisioen waar de personages niet aan ontsnappen kunnen. De wildernis, het park, de tuin is het (onbereikbare) paradijs waar de dood ooit toe zal slaan.
In het leven kun je niet zonder de liefde – no se peude vivir sin amar – , terwijl die liefde tezelfdertijd vermoord wordt. De moordenaarshanden van Peter Lorre herinnert de lezer aan het onvermijdelijke noodlot.

Toen ik in 1984 Cuernavaca bezocht liep ik door het park, dat in het boek een rol speelt en dacht aan de filmposter Las Manos de Orlac, con Peter Lorre. Lowry citeert namelijk voortdurend teksten die de Consul op straat omringen. Ik bewonderde de wandschildering van Diego Rivera, de sociaal bewogen meester-muralista, in het Palacio de Cortés en liep door de buurt waar Lowry verbleven had, even buiten het centrum.

In het boek woonde de consul in Calle Humboldt, destijds gelegen in een een lommerrijke en aantrekkelijke woonwijk. Waar Lowry en/ of de Consul werkelijk verbleven heeft was door het verglijden van de tijd niet meer te achterhalen.

1984 In het park van Cuauhnahuac | Cuernavaca

Het boek eindigt met deze delier;

He suspected they had not only climbed Popocatepetl but were by now far beyond it. Painfully he trudged the slope of the foothills toward Amecameca alone. With ventilated snow goggles, with alpenstock, with mittens and a wool cap pulled over his ears, with pockets full of dried prunes and raisins and nuts, with a jar of rice protruding from one coat pocket, and the Hotel Fausto’s information from the other, he was utterly weighed down. He could go no farther. Exhausted, helpless, he sank to the ground. No one would help him even if they could. Now he was the one dying by the way- side where no good Samaritan would halt. Though it was perplexing there should be this sound of laughter in his ears, of voices: ah, he was being rescued at last. He was in an ambulance shrieking through the jungle itself, racing uphill past the timberline toward the peak—and this was certainly one way to get there!—while those were friendly voices around him, Jacques’ and Vigil’s, they would make allowances, would set Hugh and Yvonne’s minds at rest about him. “No se puede vivir sin amar,” they would say, which would explain everything, and he repeated this aloud. How could he have thought so evil of the world when succour was at hand all the time? And now he had reached the summit. Ah, Yvonne, sweetheart, forgive me!
Strong hands lifted him. Opening his eyes, he looked down, expecting to see, below him, the magnificent jungle, the heights, Pico de Orizabe, Malinche, Cofre de Perote, like those peaks of his life conquered one after another before this greatest ascent of all had been successfully, if uncon- ventionally, completed. But there was nothing there: no peaks, no life, no climb. Nor was this summit a summit ex- actly: it had no substance, no firm base. It was crumbling too, whatever it was, collapsing, while he was falling, falling into the volcano, he must have climbed it after all, though now there was this noise of foisting lava in his ears, hor- ribly, it was in eruption, yet no, it wasn’t the volcano, the world itself was bursting, bursting into black spouts of villages catapulted into space, with himself falling through it all, through the inconceivable pandemonium of a million tanks, through the blazing of ten million burning bodies, falling, into a forest, falling—
Suddenly he screamed, and it was as though this scream were being tossed from one tree to another, as its echoes returned, then, as though the trees themselves were crowding nearer, huddled together, closing over him, pitying …
Somebody threw a dead dog after him down the ravine.


¿LE GUSTA ESTE JARDÍN QUE ES SUYO? ¡EVITE QUE SUS HIJOS LO DESTRUYAN!

(Vindt u deze tuin, die de uwe is, mooi? Verhinder dat uw kinderen die vernielen.)

Lowry’s schets van de barranca

Daarbij las ik de biografie van Douglas Day – Malcolm Lowry, Oxford University Press – 1973
Dat boek gaf een prachtig inzicht in het leven van de schrijver, waarin leven en werk niet meer van elkaar te onderscheiden waren.

A Companion to Under the Volcano door Lawrence J. Clipper, Christopher Ackerley geeft een uitgebreide analyse en duiding van het verhaal. Het is te lezen op internet bij Google Books.