De mens als huisdier

Hoofddieren, bijdieren en mythologische dieren
 

Oerontdekkingen
Toen wij, mensen, meer dan dertigduizend jaar geleden, als jagers-verzamelaars, voor het eerst voorstellingen maakten ontstonden er kunstuitingen die zó raak waren getroffen, dat wij er nog steeds verbluft naar kijken. In de beschutte grotten van Alta Mira, Lascaux of Chauvet zijn schilderingen gevonden, die de tijd hebben doorstaan. Het zijn afbeeldingen van paarden, herten, leeuwen, mammoeten en neushoorns. Ze zijn trefzeker geschilderd met houtskool, rode oker of witte as en het mirakel is niet zozeer dat die prachtige kunst voor ons bewaard is gebleven, maar het meest wonderbaarlijke is dat onze voorouders meer dan dertigduizend jaar terug zich zo natuurgetrouw konden uitdrukken. Omdat de dieren geen sjablonen zijn, maar karakters hebben is het spel tussen mens en dier van die grotkunst zeer herkenbaar voor ons. Ieder beest lijkt afzonderlijk waargenomen. Of het nu de kop van een leeuw is, een neushoorn, of een hert dat door het savannegras springt, als kijker sta je perplex van de typeringen en finesses.

Grotschilderingen & Picasso

Mythologische dieren
Er zijn ook enkele, uit de slagtanden van een mammoet, gesneden beeldjes opgegraven, die duidelijk met een andere bedoeling gemaakt zijn. Zij onttrekken zich aan de realiteit en stellen mythologische dierfiguren voor. Zoals de theriantroop of beest-mens uit de grot van Hohlenstein-Stadel in Duitsland. Je kunt vanuit ons perspectief moeilijk speculeren over het waarom van de grotkunst, maar de betekenis van die sculptuurtjes gaat duidelijk verder dan de zichtbare wereld om ons heen. Wij betreden met hen het bovenaardse, want culturen die dicht bij de natuur staan zien dieren vaak als wezens met krachten gróter dan die in de realiteit.

Anders kijken
Het is niet voor niets dat kunstenaars die in de vorige eeuw de codes doorbraken van het doodgelopen academisme zich oriënteerden op uitheemse, etnografische kunst. Die kennismaking doorbrak de conventies in de westerse kunst en door anders te kijken kon zich een nieuwe vormentaal ontwikkelen. Pablo Picasso was zo’n gretige liefhebber van kunst uit andere windstreken
In zijn vroege jaren liet hij zich inspireren door Afrikaanse kunst en vlak na de ontdekking van de grotten van Lascaux in 1940 maakte hij een paar jaar later een komische en speelse assemblage van een fietszadel en een fietsstuur. Die voorwerpen vormde hij om tot een stierenkop, die veel overeenkomst vertoonde met etnografische beelden en maskers. In dat werk leken niet alleen zijn Spaanse wortels met stierengevechten samen te komen, de kop deed tegelijkertijd denken aan een andere stier die veelvuldig in zijn werk terugkwam; de Minotaurus. Een beest-mens, gelijk de theriantroop van Stadel.

De hond van Velasquez
Naast hoofddieren zijn er ook bijdieren en om even in de buurt van Picasso te blijven verplaatsen wij ons naar misschien wel het fascinerendste en beste schilderij dat ooit gemaakt is: de Las Meninas van de Spaanse schilder Diego Velázquez uit 1657. De vijfjarige prinses Margaretha is door hofdames gekleed in haar mooiste jurk en zij presenteren het meisje aan haar vader Filips IV en zijn vrouw. Wij, de beschouwers, kijken door de ogen van Margaretha’s ouders terug. Alle aanwezigen zijn zich bewust van het gewichtige moment, terwijl rechts op de voorgrond een forse hond ligt te suffen. Door al het rumoer en geschuif om hem heen is hij verzonken geraakt in de bijrol waartoe hij door de schilder is veroordeeld. Hoewel het dier zijn positie gelaten ondergaat, is hij in al het gedruis toch aanwezig, omdat je hem door de stand van zijn kop stilletjes op zijn omgeving ziet letten. In combinatie met zijn verstoorde rust heeft de houding ook iets huiselijks.
Bij Pablo Picasso, die Las Meninas zeker 50 keer geciteerd heeft wordt de voorname bijrol van de hond gereduceerd tot die van een onrustige teckel. Zijn irritante aanwezigheid is eigenlijk geen aanbeveling, maar het is ook wel weer humoristisch.

Velasquez & Picasso

Het virtuele dier
Van alle rollen die het dier in de kunst heeft gespeeld is een nieuwe variant op komst, want op dit moment worden wij iedere dag geconfronteerd met parallelle, digitale systemen die een nieuwe werkelijkheid zijn gaan vormen. Niet boven ons en transcendent maar als virtuele realiteit. De Belgische kunstenaar Koen Vanmechelen (1965) buigt zich over de consequenties die de globalisering en technologie voor mens en dier hebben. In zijn Cosmopolitan Chicken Project, een wereldwijd kruisingsprogramma met nationale en regionale kippenrassen probeert hij in samenwerking met wetenschappers kosmopolitische rassen te fokken die vruchtbaarder zijn, vreedzamer en langer kunnen leven.

Naar catastrofe of creatie
In haar visionaire roman Frankenstein (1818) beschrijft de achttienjarige schrijfster Mary Shelley de creatie van een kunstmatig wezen. De kern van het gedachte-experiment is dat leven zonder geschiedenis of achtergrond leidt tot een catastrofe. Als het geweten niet tot wasdom komt ontstaat er door morele leegte een amoreel wangedrocht. In hoeverre de natuur zich laat manipuleren is momenteel een reële vraagstelling geworden.Door ontwikkelingen op het gebied van genetische technologie, klonen, kunstmatige intelligentie, robotisering en algoritmes hebben mythische dieren er een actuele variant bij gekregen.

De mens als huisdier
Het werk van Koen Vanmechelen veronderstelt nieuwe mogelijkheden voor mens en dier. Dieren maken is geen theorie meer en wat vroeger fictie leek komt snel nabij. Hoe gek het ook klinkt, zijn kunst-dieren verwijzen associatief naar de prehistorische vondsten die in de vorige eeuw een nieuw licht wierpen op onze geschiedenis. Dat bleek meer dan wij zagen, want door de nieuwe technologische invloed op ons leven lijken wij zelf het tijdloze huisdier geworden van de robots als wij om de vijf minuten dwangmatig op ons schermpje kijken of een dierenfilmpje downloaden op Facebook, You Tube of Google.

Koen Vanmechelen

Ronald Ruseler, januari 2018
geschreven voor Palet Magazine nr 394 – april/mei 2018

Geraadpleegde bronnen: 
– De grot Chauvet, de oudste grotschilderingen ter wereld, Jean-Marie Chauvet & Eliette Brunel Deschamps, 1998
– Spiegel Van De Wereld, Julian Bell 2007
– Sapiens, een kleine geschiedenis van de wereld, Yuval Noah Hariri 2017
– Pablo Picasso, Museum of Modern Art, New York 1980
– Frankenstein, Mary Shelley, Penguin English Library
– Google over Koen Vanmechelen.