Kunstklets

1
De kunstenaar onderzoekt en bevraagt. 

2
Interventies.

3
‘Ze heeft van de tentoonstelling nadrukkelijk geen geheel willen maken. Ze ziet die als een manifestatie van verschillende individuele presentaties, waarbij het werk van iedere beeldend kunstenaar in een eigen context wordt getoond.’

4
Promoveren op je eigen kunst:
Henk Borgdorff, hoogleraar theorie van het onderzoek in de kunsten, werkte dit jaar in zijn inaugurale rede, Reasoning through art, de unieke methode van de kunstpromotie uit.
Volgens hem kan het onderzoek in de kunsten „niet gemakkelijk worden vertaald of overgebracht worden door taal”, omdat het verbonden is met praktijk. Volgens hem gaat het om „onconventionele methoden”, „niet in woorden” met „niet-traditionele onderzoeksuitkomsten”, „niet- propositioneel” en „niet academisch”.

dus

Een reflectie op het eigen creatieve proces is het proefschrift uit 2012 van de Vlaamse cellist Arne Deforce, geheten ‘Denken als experiment’. Hij schreef „472 Meditaties ” voor „de noodzaak van creatief denken en experimenteren in het uitvoeren van complexe muziek van 1962 tot heden”. De meditaties in dit proefschrift zijn niet bedoeld als analyses of inzichtelijke beschouwingen die „over iets gaan, die een zekere kennis onthullen”, schreef hij in de inleiding. De meditaties moesten „niet in een ruk” worden gelezen. Het gaat erom tot een „diep inzichtelijke beleving van de muziek” te komen.

5
’De tentoonstelling bevat werk van kunstenaars die ‘ons’ heden benaderen als een veld van gefragmenteerde bestaanswijzen en opzichzelfstaande belangen. Samen leveren zij een indruk van de manier waarop de constructie van de wereld en de constructie van de idee van menselijkheid met elkaar samenhangen.’

6
‘De geselecteerde werken zijn niet uit op een nostalgische bevestiging van ‘humaniteit’, en ook niet om het te ‘redden’ uit het archief van verloren ideeën. Meer centraal in de logica van het werk staat een onderzoek naar hoe het begrip ‘menselijk’ is geconstrueerd, in een tegenstelling tot het dier, tot gekte en de idee van het primitieve, in contrapositie tot oorlog, alsook in een omarming van ‘werk’ en ‘bewustzijn’.

7
‘In haar rondreizende en evoluerende project onderzoekt de kunstenares de spanning tussen het publieke en private domein. Hiertoe bedient zij zich van een in de titel van haar project besloten liggende methode; door vrijuit te fabuleren verweeft de kunstenares gekende verhalen over en van Janet Frame, Virgina Woolf en Agatha Christie -schrijfsters wier personages publiek bezit zijn- met haar eigen interpretaties.’

en

‘De speculatieve scenario’s die zij op deze manier het licht doet zien, spelen zich af in ruimtes die gekenmerkt worden door systematisering en algemeen aanvaarde gedragsscripts, waaronder een archief, een hotel en een bibliotheek. Elk van deze ruimtes, gerelateerd aan één van de auteurs, is middels een door de kunstenares gecreëerde enscenering opgeroepen op één van de specifieke locaties; een modernistisch woonhuis, een theater en een tentoonstellingsruimte.’

8
‘De tentoonstelling verkent uiteenlopende artistieke praktijken rondom noties van conceptuele ambachtelijkheid en intuïtieve industrie. Het beoogt de hardnekkige dichotomie tussen het praktische en het intellectuele te doorbreken en presenteert een reeks werken die de tweeledigheid tussen concept en vorm verwerpen.’

9
‘Onder de kunstwerken die zijn opgenomen zijn verschillende terugkerende of overlappende interessegebieden waarneembaar: Zo is er de fascinatie voor de rol van de amateur, die zo bezig is met tijdsconsumerende activiteiten, dat deze bijna meditatief worden. Er is de analyse van het scheppingsproces en een transformatie van deze analyse in een nieuw scheppingsmoment.
Er is een verkenning van de beeldhouwkunst en de toegepaste kunsten, een strijd tussen functionalisme en formalisme. Er is de bloei van decoratie en schoonheid bij de herbeoordeling van bepaalde modernistische stijlfiguren. Er is het ontwijken van het bewuste denken en de nadruk op intuïtieve kennis. En tot slot, veel van de werken hebben een gevatte humor of ironie, zodat de vrome gewichtigheid die discussies rondom ambachtelijkheid vaak omgeeft, wordt doorgeprikt.’

10
‘Sinds het najaar van 2009 heeft het team een reeks tentoonstellingen en evenementen ontwikkeld die de grijze gebieden van de hedendaagse moraliteit zichtbaar maken. Aanleiding hiervoor was dat we in het publieke domein een exponentiële toename signaleerden van morele houdingen die rigide, polariserende kaders in het denken en doen leken te versterken. Met dit in gedachten hebben we gepoogd vanuit een aantal uiteenlopende perspectieven licht te werpen op hoe moraliteit werkt; we richtten ons vooral op de terreinen waar het handelen vanuit morele overwegingen ongrijpbaar en onstabiel, cultureel specifiek en politiek ambivalent is.’

11
‘De tentoonstelling onderzoekt ‘het zien’ vanuit een probleem, een fundamenteel idee dat om biologische redenen als algemeen wordt gezien, maar dat cultureel onvermijdelijke verschillen kent. Binnen de onmiddellijke context van kunst, zichtbaarheid en uitbeelding wordt ‘het zien’ benaderd als een probleem dat het vergrootte veld van de sociale realiteit beïnvloedt: communicatiemiddelen, instructiemethoden, het vormen van wereldbeelden, de processen die ons laten leren (en ont-leren) worden beïnvloed door wat we als ‘zichtbaar’ en ‘onzichtbaar’ beschouwen.’

12
@ “De interesse van de kunstenaar in het spelen met taal en in het creëren van frictie door conflicterende modaliteiten van objecten en hun presentatie te hybridiseren, wordt hier gepresenteerd in de theatrale ruimte van het vloeiende, verleidelijke, ultradunne oppervlak.”

13
‘De tentoonstelling is een éénjarig project dat loopt tot oktober 2010. Het project richt zich op de huiselijke omgeving als plek waar verschillende aspecten van het sociale samenkomen en bevraagt en gebruikt deze leefomgeving middels een integrale benadering van kunst, vormgeving en theorie.’

14
‘De kunstenaar speelt met de mythologisering van de kunstenaar. Hij wenst zelf niet gefotografeerd te worden; je kunt immers niet bekend worden als mensen niet weten hoe je eruit ziet.’

15
‘Het is verf op linnen. Lucht & licht zijn tovenaars, maar het zit wel verankerd in verf,’ zei de kunstenaar.

16
‘De tentoonstelling  bevat werk van kunstenaars die ‘ons’ heden benaderen als een veld van gefragmenteerde bestaanswijzen en opzichzelfstaande belangen. Samen leveren zij een indruk van de manier waarop de constructie van de wereld en de constructie van de idee van menselijkheid met elkaar samenhangen.’

17
‘Het werk vertrekt vanuit een grondig wetenschappelijk-artistiek onderzoek en mondt uit in allerlei vormen. De kunstenaar bewerkt en gebruikt alledaagse voorwerpen en materialen – variërend van een deur tot een fiets – in afzonderlijke sculpturen of in installaties.’

18
‘De locatie-specifieke installaties vertrekken vanuit elementen die normaliter tot de achterkant van een kunstinstituut behoren, zoals het depot, de ruimtelijke indeling van het museum, de conserverings- en klimaatmachines. In een utilitaire infrastructuur komen bestaande en gemaakte objecten, kunstwerken van andere kunstenaars, maar ook gebruiksvoorwerpen, zoals kledingstukken, op een associatieve wijze samen. Met deze installaties onderzoekt de kunstenaar hoe kunstwerken en artefacten zich in de verschillende stadia van het tentoonstellen gedragen en worden behandeld. De kunstenaar stelt zich daarbij de vraag: hoe classificeren en interpreteren we de wereld om ons heen? Welke status en waarde kennen wij toe aan de objecten en systemen waarmee we ons omringen?’

19
‘In de tentoonstelling wordt de verdieping als een site van een artificiële archeologische opgraving beschouwd. De archeologie dient niet alleen letterlijk als vorm, maar ook als metafoor voor een tijdsverloop dat aan een persoonlijke mentale en fysieke staat kan worden verbonden. Daar waar objecten in het depot met ‘make up’ worden behouden voor de tijd, trachten we immers ook onszelf te onderzoeken en conserveren.’

20
‘Op intuïtieve wijze worden de verschillende ‘aardlagen’ van een tijdsbestek bloot gelegd en onthullen daarmee de verdekte structuren van het tentoonstellen, conserveren, programmeren. In de installatie versmelten het instituut en het kunstwerk, waarmee zichtbaar wordt gemaakt hoe het vrijwel onmogelijk is om een kunstwerk los te koppelen van de omgeving waarin het wordt gepresenteerd.’

21
‘Met cryptische kunstwerken als kleine onderdelen van een onuitgesproken verhaal, waarvan de ‘betekenissen voortdurend opnieuw worden gedefinieerd en worden aangepast aan wisselende contexten, situaties en machtsrelaties’, zoals het museum het werk van de kunstenaar probeert te verduidelijken.’

22
‘Het project presenteert een selectie van kunstwerken door de kunstenaar die het medium geluid onderzoeken door middel van technologie, performance en tekeningen. Elk van deze interventies bestaat uit een verschillend medium, tijdsbestek en sociale context en benadrukken de kunstenaar haar persoonlijke relatie met gesproken taal en haar auditieve omgeving.’

23
Citaat:
Volgens de galerie toont de kunstenares: ’De flexibiliteit en vindingrijkheid van de menselijke geest om verder te gaan dan wat is toegestaan en geaccepteerd is ‘. Maar eigenlijk neemt de kunstenares het publiek en de literatuur niet al te serieus. Achter grote ambities schuilt voornamelijk conceptueel broddelwerk.

24
‘In deze tentoonstelling staat het werk van zes beeldend kunstenaars centraal. Het werk van de kunstenaars onttrekt zich aan letterlijke verklaringen en doet een appél op de bezoeker om zich open te stellen voor alle mogelijke associaties.’

25
De kunstenares creëert een setting waarbinnen dingen kunnen gebeuren, zonder precies te weten wat de uitkomst zal zijn. In plaats van een concept volledig uit te werken, laat ze onbepaald waar ze exact naar op zoek is.
Ze zegt: ‘ However. Er is ook een specificiteit, zoals altijd en ik vind het belangrijk dat die specificiteit van Nederland naar de oppervlakte komt. Omdat er wel heel specifiek in Nederland een soort reluctancy is geweest om er iets mee te doen.’