Over Helen Verhoeven

In het schilderij vertrouw ik mijzelf

Dit jaar won Helen Verhoeven (Leiden, 1974) de ABN AMRO Kunstprijs. De prijs werd bekroond met een expositie in de Hermitage te Amsterdam, waar ze zich met een installatieachtige opstelling, Schamerkat, liet inspireren door de schoonheid van de topstukken uit collectie van de Hermitage in Petersburg. Zij maakte voor de tentoonstelling haar eigen schatkamer, maar dan op zijn Verhoevens. Vandaar de titel Schamerkat, een woordspeling die associaties oproept met de keerzijde van de getoonde pracht en praal waar de Hermitage haar faam aan ontleent.

Schamerkat
Speciaal voor deze expositie heeft Verhoeven speciaal nieuw werk gemaakt. Centraal staat de inhalige decadentie en materieel genot van een extreem bevoorrechte klasse, die in de Hermitage uitbundig in het zonnetje wordt gezet.
In Schamerkat staat een quasi-elegante vrouwenpop in goudbrokaten avondjurk, met zwart haar en een zwarte stola over haar schouders. Ze heeft geen voor- of achterkant: zij is slechts een aangeklede buitenkant, een in zichzelf gekeerde figuur die letterlijk geen oog heeft voor de wereld om haar heen. Aan de wanden hangen monumentale doeken van gelijk grootte en er tegenover, als echte kunstschatten, hangen kleinere formaten, glas-in-loodraampjes, bronzen en keramische objecten.
Het schilderij Devils’s Diner laat ons kijken door de ogen van de hoofdfiguur die, te midden van de andere aanwezigen, op het punt staat aan een tiengangenmaaltijd te beginnen. Het tiendelig bestek van keramiek en brons staat er als object pontificaal naast. Stilleven én onderwerp voor een schilderij met lichte ironie ineen. 

Piemelbeestjes
Op de stop-motionfilm Dreamer braakt een vrouw knakworstjes. Zij wordt liggend op een sofa, bezwangerd door kruipende piemels, die haar in een loop als friemelende diertjes belagen. De piemelbeestjes van opgedroogde klei staan als waardevolle trofeeën in een vitrinekast uitgestald. Aan de zuilen van de zaal hangen armaturen vol peertjes die refereren aan dure kroonluchters, maar ogen als kermisverlichting uit een Grand Guignol teneinde het publiek in de stemming te brengen.

Helen Verhoeven roept met haar werk verwarrende gevoelens op. Begrippen als de seksualiteit tussen man en vrouw en hun onderlinge relatie of thema’s als vrouwelijkheid, geboorte en machtsverhoudingen over de duistere kant van het bestaan maakt ons als kijker deelgenoot van een drama in wording. Alles balt op een gegeven moment samen waardoor de voorstelling op het punt staat uit elkaar te spatten of in te storten.

Sterker dan het gewone
Het fascineert Verhoeven dat je twee fenomenen in het leven tegelijkertijd op een andere manier kunt ervaren. Een bewuste keuze is het niet, ze streeft er ook niet naar, maar het komt eerder voort uit haar intuïtie. Zodoende kunnen ruimtelijkheid en abstractie naast elkaar de compositie bepalen en vaak staan figuren met vlakke houdingen in bijna actie, bijgeval is de opzet schetsmatig en wordt met een rake haal van het penseel een oor op een kop gedraaid.
‘Ik vind het leuk als een kwaststreek een oog of een mond wordt en het tegelijkertijd wel of niet iets is. Het liefst denk ik daar tijdens het schilderen niet bewust over na, maar het is toch mooi als je die beslissing in de voorstelling naderhand nog kunt traceren. Dat is soms best eng, omdat ik niet per se kwetsbaar wil zijn in het maakproces, maar wel transparant.’

Klassieke thema’s
In de tentoonstelling My God in het Bonnefantenmuseum (2018) koos ze nadrukkelijk voor religieuze en mythologische thema’s. ‘Mijn interesse voor de esthetische taal en het humanistische drama dat zij uitdrukken wordt erdoor aangewakkerd. Het sterke gevoel en de krachtige emoties zoals verdriet, angst, medelijden of zelfs vrolijkheid werken bij mij als een soort catharsis’, verteld Helen. ‘De overgave bij het maken van kunst ligt heel dicht tegen die bijna-religieuze ervaring aan en het is logisch dat er dan een weerspiegeling zit in de emotie die sterker voelt dan het gewone. Op veel verschillende niveaus stimuleert mij het spel met vaak cliché geworden voorstellingen van oudere kunst, want als je daar op een andere manier doorheen kunt kijken is dat een nieuwe belevenis. Het boeit mij bijvoorbeeld ontzettend dat een overweldigend groot gevoel je juist zo klein kan maken. Die tegensprekende gevoelens van verplettering en ruimtelijkheid zijn altijd nog relevant’.

En dan het licht
In haar schilderijen is de ruimte vooral suggestief en de figuren op haar doeken zijn modern, naakt of halfnaakt met eigentijds ondergoed aan, ook al verwijst de schilder geregeld naar oude kunst, zoals een kruisafname of een bewening van Christus. Een beeldje van Herakles was de aanleiding voor een schilderij met wildemannen die een vuurtje uitplassen.

Helen Verhoeven dwingt door haar verfgebruik en de manier van schilderen om de voorstelling te doorgronden. Het laat je niet los en dat komt door het spel van abstracte patronen in samenspel met de voorstelling waarin tot slot de lichtwerking onze blik manipuleert.
‘Ik heb liefde en devotie voor het licht. Ik zoek naar de schrik van het moment wanneer plotseling het licht aan gaat en je even met je ogen knippert. Alsof je ogen schoonschieten, omdat er een gat brand in je hoofd. Het licht werkt als een escaperoute in het schilderij en draagt bij aan de dynamiek en de openheid die ik nodig heb in mijn werk. Voorop staat dat ik kan rekenen op mijzelf. Hoewel ik over ons bestaan en de betekenis hiervan niet zeker ben, ben ik meestal wel overtuigd van het werk. Daar maakt het mij niet uit wat waar of niet waar is en hoe anderen dit zien, omdat ik mijzelf vertrouw in het schilderij.’

Ronald Ruseler, oktober 2019

Geraadpleegde bronnen:
– Gesprek met Helen Verhoeven in de Hermitage te Amsterdam dd. 17 oktober 2019.
– Zaaltekst van het museum.