GLOBETROTTER

Ronald Ruseler – Tekst in de catalogus
REISKOORTS – bij Nederlandse kunstenaars sinds 1850

1 Voor-Schutblad - reiskoorts72

De rondreis en de nareis. 

‘Ik maak al vele jaren reizen, die ik met schetsen, foto’s en reisjournalen vastleg. Op een gegeven moment realiseerde ik me dat ik in feite gaandeweg westwaarts om de wereld aan het reizen was. Ik leef eigenlijk de jongensdroom om als ontdekkingsreiziger of vliegenier de hele wereld over te gaan. Dat blijft een imaginaire reis, want ik kan niet alle plaatsen bezoeken die ik wil.’1
Ronald Ruseier (1950) is een globetrotter. Alle plaatsen die hij bezoekt, verwerkt hij in een landkaart waarin zijn eigen stad Haarlem het centrum vormt. Met symbolen en kleuren geeft hij op schilderijen de
locaties weer waar hij is geweest. Kleinere beschilderde panelen verzamelt hij in zijn ‘onmogelijke koffers’, die niet mee op reis kunnen. Iedere koffer vormt een samenvatting van zijn levensreis.2

(1 – Interview met Ronald Ruseier door de auteur, Haarlem 21.1.2016. 2 – Idem.)

2 Glogetrotter-reiskoorts 1:2

verder over Reiskoorts in:
Frans Halsmuseum / Museum De Hallen, Haarlem

Reizen als inspiratiebron voor kunstenaars: daarover gaat de omvangrijke tentoonstelling Reiskoorts, die deze zomer in De Hallen Haarlem en het Frans Hals Museum te zien is. Talloze voorbeelden van Nederlandse kunst passeren er de revue: schilderijen, schetsboeken, fotografie, films en ruimtelijk werk.

Al eeuwenlang gaan kunstenaars op reis om inspiratie op te doen.
Avontuurlijke kunstenaars als Maerten van Heemskerck en Jan van Scorel ondernamen in de zestiende eeuw al lange reizen naar het zuiden. In de vroege zeventiende eeuw werd een reis naar Italië zelfs beschouwd als essentieel onderdeel in de ontwikkeling van een kunstenaar. Italië was de ultieme bestemming om Romeinse overblijfselen te bestuderen en het werk van grote meesters als Michelangelo te bewonderen. Een eeuw later reisde Jacob van Ruisdael met zijn schetsboek naar Duitsland. Maar kunstenaars reisden ook naar andere oorden. Zo vertrok de Haarlemse schilder Frans Post op uitnodiging van gouverneur-generaal Johan Maurits naar Brazilië. Van zijn hand zijn enkele prachtige schilderijen van Braziliaanse landschappen overgebleven. In de periode van de Romantiek, rond 1800-1850, trokken velen het Duitse Rijndal in, onder wie Barend Koekkoek en Johannes Bilders.

De hele aardbol
Vanaf het midden van de negentiende eeuw nam het aantal bestemmingen sterk toe. Jacobus van Looy trok naar Spanje en Marokko, Louis Apol reisde naar de Noordpool, Isaac Israels bezocht Nederlands-Indië, Willem Dooijewaard schetste in Mongolië en Adriaan Gouwe vertrok naar Tahiti. Geleidelijk aan werd de hele aardbol onderzoeksterrein. Zeker in meer recente tijden zijn talloze kunstenaars op pad gegaan: met schetsboeken en schildersspullen, maar bovenal ook met fotografie- en filmapparatuur.

Momentopnamen en terugblikken
Reiskoorts toont momentopnamen: reisimpressies die ter plekke zijn vastgelegd in schetsboeken of geschilderd op kleine paneeltjes. Daarnaast is er aandacht voor terugblikken: de creatieve verwerkingen thuis in het atelier van bijzondere reisherinneringen. Speciale aandacht gaat verder uit naar twee aparte types reizen: de rondreis en de nareis. Sommige kunstenaars maakten studieuze rondreizen langs de kusten van de Middellandse Zee. Anderen reisden bekende reizigers na: zo inspireerde Goethe’s Italiëreis vele kunstenaars of werd er in het kielzog van Van Gogh door Frankrijk gereisd.

(Reiskoorts is een tentoonstelling van Antoon Erftemeijer en Ann Demeester)