Over de waarde van abnormaliteit. Interview met directeur Hans Looijen van het Nationaal Museum van de Psychiatrie

Area Revue)s( No 16 – 2008

Over de waarde van abnormaliteit.

Het Dolhuys werd gebouwd buiten de stadsmuren van Haarlem in 1320 als onderkomen voor ‘dollen’ en lijders aan besmettelijke ziekten. Sinds 2005 is er het Nationaal Museum van de Psychiatrie Het Dolhuys, gevestigd, dat naast de vaste collectie, ook eigentijdse kunst laat zien, om de rafelranden tussen ‘normaal’, ‘abnormaal’ en creatieve denkprocessen ter discussie te stellen.

Posterbeeld-HR   Proces-verbaal-I_Het-Dolhuys_pers
Wat voor museum is het Dolhuys?

Het Dolhuys is een museum dat zich bezig houdt met de psychiatrie. Wij stellen de vraag waar de grens ligt tussen’ normaal’ en ‘abnormaal’. Afwijkend gedrag kan heel lastig zijn. Het beeld over afwijkend en normaal gedrag verschuift in de tijd en elke keer zie je dat wanneer iets abnormaal wordt gevonden er een oplossing moet worden bedacht. Ten lange leste kom je bij de psychiatrie uit. Als je rond 1900 geen geloof had bijvoorbeeld was dat een sociale stoornis en daar kon je aan behandeld worden. Het vraagstuk gaat in het algemeen dus heel erg over gedrag en wij willen de kloof dichten tussen mensen met een psychiatrische aandoening en de maatschappij.

Hoe komt het dat uw museum zo snel een begrip is geworden bij het publiek?

Kunst is een universele taal die het publiek laat nadenken over het grensgebied tussen ‘normaal’ of ‘abnormaal’ en doet een uitspraak over de ‘condition humaine’. Wij zijn een platvorm waar over ‘mens-zijn’ wordt nagedacht en combineren Kennis met Kunst. Dat uitgebreide domein is ons werkveld, want vergeet niet dat psychische aandoeningen vaak cultureel bepaald zijn. Wat in de ene cultuur onaanvaardbaar geacht wordt en tot problemen leidt hoeft in een andere sociale omgeving niet voor ontwrichtende verwarring te zorgen.
Dat doen wij door tijdelijke tentoonstellingen te maken waar een bepaalde problematiek wordt aangestipt. Onlangs hebben wij het Madness and Artsfestival in de stad gehad. Het is een internationaal kunstenaarsinitiatief dat in Canada is gestart en nu allerlei landen aandoet. Madness and Arts doet onderzoek naar creativiteit en waanzin, doordat het hele spectrum van de kunstbeleving er bij wordt betrokken. Het festival Madness & Arts en de andere exposities tonen dat ‘buiten de paden denken’ niet automatisch tot het domein van de waanzin gerekend hoeft te worden. Kunstenaars bewegen zich eveneens op de rand van het ‘normale’.

Waarom heet de expositie over Vincent van Gogh – Gek of Geniaal?

Vincent van Gogh wordt door ons gezien als een wegbereider van de moderne kunst, maar voor zijn buren in Arles was zijn gedrag aanleiding om een petitie te schrijven met de bedoeling hem zo snel mogelijk weg te krijgen uit de stad. Hij vond zichzelf niet gek
Toen de nieuwe wetenschappelijke uitgave van Vincent’s brieven werd gepubliceerd hebben wij van het Van Goghmuseum in Amsterdam alle correspondentie gekregen over persoonlijke kijk op zijn eigen ziek-zijn.
Dat gaat over zijn behandeling voor geslachtsziekte in Den Haag tot zijn opname in het psychiatrisch ziekenhuis van St. Remy. Nou ja… we beschikten over alles. Ons kenniscentrum heeft die brieven bestudeerd en is tot een drieledige keuze gekomen voor de tentoonstelling;
1 Wat zegt van Gogh zelf over zijn mentale toestand, want de vraag is Gek of Geniaal?
2 Wat zeggen de doktoren en psychiaters over zijn ziektebeelden en in welke mate duurt die discussie voort? Meteen na zijn dood is er al veel gepubliceerd en gespeculeerd over zijn psychische toestand en het resultaat levert een enorme waaier op van etiketten die hij opgeplakt kreeg.
3 Hoe kijkt het publiek tegen Van Gogh aan op basis van de conclusies van zijn behandelaars en biografen?

En?

De eerste publicaties in het begin van de 20e eeuw zijn bepalend geweest voor de beeldvorming over hem als kunstenaar. De biografie van Irving Stone uit 1934 Lust for Life, die later in de jaren 50 verfilmd is, met Kirk Douglas als Vincent, is hier een goed voorbeeld van. Wij worden geconfronteerd met een kunstenaar die maniakaal en pathetisch staat te smijten met verf en voortdurend in een existentiële crisis verkeert. Hier wordt het beeld opgeroepen van een lijdende,geniale kunstenaar, die onbegrepen is en die wordt bespot door de hele wereld, maar desondanks in staat is het ene meesterwerk na het andere te produceren. In feite is dat een 19e eeuws beeld dat nog ver tot in de jaren vijftig doorwerkt.

Vincent

Vincent Van Gogh werd als een psychisch wrak neergezet, die toch in staat was om meesterwerken maken. Dat is toch vreemd, want hij las, sprak en schreef in 4 talen. Bovendien was hij iemand die zich intellectueel verhield tot zijn omgeving. Vlak voor zijn dood schrijft hij dat hij er van overtuigt is dat hij werk heeft gemaakt dat zijn ‘kalmte’ heeft weten te bewaren, maar over zijn psychische toestand spreekt hij nauwelijks.

Ja, ja.. Hij is zich in zijn verhouding met anderen bij voortduring heel bewust van zijn situatie en uit zijn brieven blijkt dat hij daarin heel rationeel is. Zijn grote held is Monticelli, die vlak voor Vincent in Parijs arriveert, overlijdt. Het lot van Monticelli is tevens zijn grote schrikbeeld, want die is waanzinnig gestorven in een gesticht, mede als gevolg van de alcohol. Hij herkent dat verschrikkelijke lijden ook bij andere kunstenaars en denkt bij zichzelf dat hij zo niet wil eindigen met zijn leven. Dat is een reden voor hem om voortdurend in contact te blijven met zijn kunstenaarsvrienden als hij in Zuid-Frankrijk zit, daarom blijft hij corresponderen met Emile Bernard, Anthon Van Rappard, Paul Gauguin en anderen om vooral maar niet gezien te hoeven worden als iemand die de weg kwijt is.
Het is ironisch dat de receptiegeschiedenis van zijn leven een heel eigen leven is gaan leiden, want als zijn werk voor het eerst in 1906 in Londen geëxposeerd wordt, schrijft een landelijke krant daar dat je dat werk van Vincent niet hoeft te gaan zien, want dat is het werk van een gek. Hij is hooguit interessant voor doktoren die het werk willen bestuderen van een zieke geest.

33_VincentVanGogh_foto

Vincent van Gogh op 19-jarige leeftijd

Van Gogh blijft, ondanks alle ontwikkelingen, nog steeds tot de verbeelding spreken. Is hij een goed voorbeeld om het grote publiek uit te leggen wat het betekent om in de war te zijn?

Het tijdsbeeld van 100 jaar geleden gaat natuurlijk niet meer op voor het heden. Met het brievenproject wordt het bestaande beeld totaal gecorrigeerd voor de komende generatie, omdat gebleken is dat hij een rationeel werkend kunstenaar is geweest die tijdelijk de greep en het evenwicht op zijn leven, verloren heeft op zeker moment. Hij was een veeleisend iemand die roofbouw op zijn gezondheid heeft gepleegd en een intens leven aan de zelfkant samenging met een ongezond leven, ver weg van de mondaine Salons. Het is ‘living on the edge’, …. Rock & Roll…..kortom hij introduceert het type van de ‘outsider’. Of hij dat bewust doet of onbewust dat weet ik niet. Op de tentoonstelling is te zien dat waanzin, door hem, als een beroepsziekte van kunstenaars wordt gezien, vanwege de verantwoordelijkheid voor je werk in combinatie met het bohemienleven vol drank, slecht eten in goedkope cafeetjes,omdat er geen geld is en veel roken om te ontspannen…. Dat alles tot je er duizelig van wordt!

Dàt verhaal van Vincent sluit wèl naadloos aan bij het verhaal van het museum, want als je het leven in een bepaalde episode niet aan kunt dan ben je niet voor altijd gek en ben je ook niet op alle fronten gek. Als je het leven in een bepaalde episode niet aankan dan geldt dat nog steeds als een diskwalificatie. Dat idee kun je nu niet langer serieus nemen.

De Nederlandse criticus Diederick Kraaipoel heeft Vincent dom genoemd met zijn zelfmoord.

Dom?

Ja.. Omdat, als hij even geduld had gehad, hij zijn succes nog had meegemaakt en er de vruchten van had kunnen plukken, want hij werd op den duur steeds meer gewaardeerd door critici en collega’s.

In het boekje dat we gemaakt hebben over Gek of Geniaal staat een essay van de filosofe Marlies ter Borg, die heeft onderzocht wat Vincent uitgevonden zou kunnen hebben over zijn conditie ten tijde van de psychiatrie, rond 1900, in Frankrijk. Zij beweert dat hij geloofde in de degeneratietheorie van Bénédict Augustin Morel, die zei dat ziektes per generatie erger worden. Volgens Morel verstoren alcohol en syfilis het erfelijk materiaal en ondermijnen vervolgens fysieke, psychische en morele krachten, met als resultaat hysterie, epilepsie, cholera, idiotie en tuberculose. Dit verval zou cumulatief zijn. Vincent projecteerde dat inzicht op zijn familie waar depressie en krankzinnigheid veelvuldig voorkwamen en was er van overtuigd dat hij en zijn broer Theo erfelijk belast waren. Als hij net terug is uit Saint-Rémy-de-Provence en er na enige tijd weer een ‘aanval’ komt, dan offert hij zich als het ware op en zegt op zijn sterfbed tegen Theo:’ Wat ik heb gedaan is het beste voor ons allemaal!’. Het ultieme offer om niemand tot last te zijn..
Hans-looijen-123-klein

Hans-looijen-123-klein

directeur Hans Looijen van het Nationaal Museum van de Psychiatrie, Haarlem