Zwart als overlevingsstrategie – Over de Belgische kunstenaar Bart Baele

Het Vlakke Land (Le Plat Pays) van Vlaanderen dat Jacques Brel zo treffend bezong is van oudsher vruchtbare bodem voor de schilderkunst. Niet alleen de Middeleeuwse panelen van Hans Memling, Rogier Van der Weyden, de gebroeders Van Eyck of Pieter Breughel staan in ons collectieve geheugen gegrift, maar ook de Vlaamse expressionisten waar Gustaaf de Smet, Frits Van den Berghe, Constant Permeke toe gerekend worden zijn van onuitwisbare invloed geweest. Om de Belgische schilderkunst heeft altijd een zweem van vervreemding gehangen. Dat gold vooral het buitenbeentje James Ensor. De intense en met magische kracht doorleefde kunst van Bart Baele bevindt zich naast kunstenaars die op dit moment stevig in de Belgische schilderstraditie staan, zoals Thierry De Cordier, Michaël Borremans, Philippe Vandenberg. Veel meer echter dan schilders voelt hij zich beïnvloed door de literatuur en noemt hij Thomas Bernhard, Antonin Artaud, Comte de Lautrémont en Joris Karl Huysmans zijn ‘broeders’.

Kluizenaar met eigen parcours
Bart Baele is op 5 augustus 1969 te Wetteren geboren. Volgens eigen zeggen een erg lelijk provinciestadje waar hij studeerde aan de tekenacademie. Zijn leraar schilderkunst was Honoré De Mey, die men de Rubens van Kalken noemde. Hij had vaak ruzie met deze docent, waarop Bart al snel zijn eigen weg ging.
Nog altijd woont Bart Baele op het afgelegen land nabij Gent. In zijn boerenwoninkje heeft hij voor zichzelf een veilige enclave geschapen te midden van boeken over geschiedenis en de Tweede Wereldoorlog, literatuur en filosofie, diverse artefacten en zijn eigen schilderijen. In zijn tuin is een vierkante houten schuur omgebouwd tot atelier. De donkere afgesloten ruimte die behangen is met bestoft, wit landbouwplastic heeft kleine raampjes waardoorheen je uit kunt kijken over het weidse boerenland. Hier leeft de schilder als een kluizenaar in stille rust en stelt hij zich in alle eenvoud teweer tegen de turbulentie van het leven.

De duisternis….
Vanwege een duistere jeugd schildert Bart Baele over de dingen die hij verschrikkelijk vindt en het zwart in zijn schilderijen is niet zozeer in zijn hoofd gekomen door alleen de gruwel, maar veeleer doordat hij voornamelijk in de nachtelijke uren werkt.

‘Ik leef altijd ’s nachts in totale afzondering’, vertelt hij, ‘want dan hoef je met niemand contact te hebben en het is vooral heel stil. Ik wandel vaak in het donker door het natuurgebied van de Kalkense Meersen. Ik zoek naar de kleuren van het duister en dan kom je veel onverwachte tinten tegen! Die donkerte is voor mij een verlengstuk van mijn atelier geworden’. Hij verlangt onbewust naar de rust in het zwart, denkt hij.
Bij thuiskomst ziet hij in de schaduw van de nacht al die ervaringen weer voor zich, zoals takken, de contouren van zwartgroene blaadjes of de geluiden die onzichtbare dieren achterlaten. Door associatief alle indrukken te laten passeren schieten er als in een flits altijd beelden door zijn hoofd en daarom tekent hij veel om snel iets te kunnen vangen en vast te leggen. Hij noemt zichzelf een dromerige maar slordig denker, want alles heeft tijd nodig. Veel tijd. Vandaar dat zijn schilderijen soms na jaren van veel en lang nadenken pas voltooid zijn. En dan nog drijft hij zijn galeristen tot wanhoop als hij later vertelt dat hij weer opnieuw heeft zitten sleutelen aan een bepaald doek, want over zijn schilderijen kan hij jaren peinzen, die verandert hij dan of vernietigt ze zelfs uit onvrede.

Maskerade als Hans en Grietje
De schilderijen van Baele doen soms associatief aan de vermommingen bij James Ensor denken. Die obsessieve zelf-(ont)maskeringen, zie je in Baele’s werk via omwegen weer terug. Om zomin mogelijk sporen over zichzelf achter te laten wil hij graag in zijn werk verdwijnen.

‘Ik probeer ieder schilderij zo te maken dat ze niet beginnen te praten met mij. Ik wil niet dat je meteen weet wat er gebeurt. Dat doe ik om mensen te misleiden. Ik ben zo’n beetje paranoia…..letterlijk. Ik vlucht weg… Ik wil niet gevolgd worden en geen duidelijke sporen achterlaten zodat men weet wie ik ben. Ik heb psychische achterdocht en daarom laat ik als een Hans en Grietje bij iedere stap een broodkruimel na… een klein spoortje.’

In Bart Baele’s kunst maken wij kennis met een magische wereld vol verwijzingen en bezweringsformules. Demonen en literaire helden gevat in zelf samengestelde zwarte verf. Schedels, teksten en initialen als AA (Artaud), VVG (van Gogh), CDF (Casper David Friedrich), NP (Nicola Pirosmani). Bart Baele zegt daar over: ‘Ik houd erg van Breughel en zijn Toren van Babel. Er is van hem in al die jaren te veel verloren gegaan, daarom houd ik des te meer van kunstenaars die bijna niets voltooid hebben. In die schaarse werken zit namelijk alles van hun denken’. Die gedachte komt overeen met de geslotenheid van zijn donkere doeken vol gestolde emotie.

Hartenkreet
De tekeningen noemt hij het afval van zijn hand en het restafval van zijn hoofd. Dat maakt ze door de directe emotie explosief en heftig. Ondersteund door teksten of kreten torsen ze de zwaarte van het bestaan. ’Pijn verlaat ons uit ons hoofd…ik smeek u verlaat ons’ uit 2005 is zo’n hartenkreet. Iedere lijn heeft betekenis, iedere vlek en ieder woord. Zijn persoonlijke zoektochten beleef je ook als kijker wanneer je de doorleefde voorstellingen geduldig op je in laat werken. Dat vergt veel aandacht, want achter ieder beeld gaat een duister geheim schuil dat door Bart Baele niet meteen prijs gegeven wordt. Dat levert prachtige en belangrijke kunst op waarvan je van harte hoopt dat dit besef hem tevens troost biedt.

Ronald Ruseler
Haarlem – april 2017
voor het kunstblad Palet Magazine.

Bron: gesprek met Bart Baele –  31 maart 2017
www.bartbaele.be