De Badkuippas – Base/Part1

Onlangs bezocht ik in het Stedelijk Museum te Amsterdam de nieuwe collectie-opstelling Base/ Part 1, die op dit moment in de nieuwbouw is ondergebracht en hoewel eerdere berichten mij wel nieuwsgierig hadden gemaakt, moet ik bekennen dat het niet meeviel.
Het meest spraakmakende gedeelte bevindt zich in de door Rem Koolhaas vormgegeven benedenzaal. Daar is een puzzelachtige opstelling gemaakt, die je aan moet zetten tot dwalen, waardoor je associatief kennis maakt met op onderwerp gerangschikte kunsteilanden.

Op zoek naar een ander publiek
Musea en kunstinstellingen worden tegenwoordig gedwongen om veel bezoekers aan te trekken. Base 1 is een poging hier een antwoord op te formuleren en een nieuw publiek kennis te laten maken met de legendarische verzameling. De Stedelijk-collectie omvat de ontwikkelingen in de moderne kunst van de hele twintigste eeuw en na de heropening van 2012 heeft men de ambitie onderstreept om opnieuw het ooit zo spraakmakende museum van wereldfaam te worden. Hier begint een ingewikkelde spagaat tussen het museum als collectioneur en het museum als wegbereider.

Met de roltrap naar beneden
Omdat de nieuwbouw of badkuip in de volksmond, nu in zijn geheel is gereserveerd voor de vaste collectie zijn de mooie ruime zalen in de oudbouw voor een eigentijdse programmering vrijgekomen. Dat is winst, want er is met deze herindeling veel meer ruimte voor projecten die op dìt moment urgent zijn. Daal je via de roltrap af naar de benedenzaal dan wordt er éérst van je verwacht dat je langs de wanden rondom, de lineaire ontwikkelingen in de kunst van de twintigste eeuw volgt en daarnà gaat dwalen. Maar zo werkt het niet als je eenmaal rondloopt, want door de indeling van Base 1 verlies je steeds je concentratie. Je gaat er scrollen en dat komt door de geforceerde indeling met historische verbanden, geschiedkundige groeperingen of irritante vorm-/kleurassociaties. De kunstwerken worden er dingen. Objecten. Zij worden in een hutje mutje opstelling van alle diepgang en betekenis ontdaan.

Degradatie en decoratie
De ontwerper Rem Koolhaas vertelt dat hij ons met deze opstelling wil laten dwalen als in een stad om zo associatief ontdekkingen te kunnen doen. Een mooi streven dat dwalen langs panelen, maar in de praktijk werkt het idee niet. Je ziet pas iets als je het visueel kunt ervaren, maar daar is op Base/ Part 1 letterlijk en figuurlijk geen ruimte voor. Dat komt in dit overzicht nog het meest pregnant tot uiting in het vergeestelijkte werk van een aantal pioniers, zoals bij Mark Rothko of Barnett Newman. Hun kunst wordt gedegradeerd tot decoratie en interieurdesign.

Blij met de ontheiliging
Ik las ergens dat sommigen wel tevreden zijn met deze ontheiliging van die hoge kunst nu ze ontdaan wordt van moeilijkdoenerij. In mijn opvatting kun je dat die werken echt niet aandoen. Ze zìjn namelijk niet neutraal. Cathedra (1951) mist bijvoorbeeld iedere intensiteit door een overdosis aan omgevingsprikkels, hoewel het bankje ter contemplatie ongetwijfeld op de door Newman gewenste afstand staat. Tijdens het dwalen herken je weliswaar een grillige lijn op een doek van Philip Guston, omdat er een stoel met grillige poten naast hangt, maar op den duur wordt je gek van al die vergelijkingen. Het slaat allemaal zo dood als een pier. Zie het voor je… Kijk!… Een hoekje Malevitsjen! En daar Picasso! Hier Mondriaan in context. Grote stappen snel thuis met de badkuippas. Op den duur loop je, moedeloos geworden, niet meer naar het kunstwerk te kijken, maar naar een serie objecten in een kunstwarenhuis.

Op naar de Zuid-As
Met Base/ Part 1 neemt het Stedelijk Museum onevenwichtig afscheid van een tijdperk. En als de opstelling ingegeven wordt door ruimtegebrek wreekt zich het feit dat men in Amsterdam nooit de moed heeft gehad om op de Zuid-As een prachtig Nieuw Stedelijk te bouwen. Misschien moet het er toch maar eens van komen. Net als in iedere wereldstad weet de bezoeker van nù een goed museum echt wel te vinden, ook al staat het niet altijd aan de rand van een historisch stadscentrum. Experiment mislukt wat mij betreft.

Ronald Ruseler, maart 2018
geschreven voor De Nieuwe, Amsterdam