Territorium

ik zal verdwijnen en niet meer zijn
maar het land waarover ik nu zwerf
zal blijven en niet veranderen
– Omaha –

In de natuur herkent de mens zichzelf

– Mijn oeuvre kan het beste met een raamvertelling vergeleken en die karakteristiek laat ik in ongeveer 1977 beginnen. Ik besloot toen om niet-stijlgebonden te denken zodat ik met zoveel mogelijk armslag en in ultieme vrijheid zou kunnen werken. Die niet-stijlgebondenheid met vele vertakkingen is uiteindelijk mijn stijl geworden.

– Ik voel mij thuis in geheimzinnige tussengebieden. Dit zijn niet-vormgegeven overgangsgebieden die geen betekenis of bedoeling lijken te hebben. Zij ontlenen hun bestaan louter aan het toeval. Deze tussengebieden maken deel uit van mijn territorium, een imaginair gebied waarin ik graag ronddwaal als ik werk. Daar waar het land overgaat in de zee verliest het zijn voelbare aanwezigheid en neemt het een steeds veranderend karakter aan. Hier ontstaat het onverklaarbare niemandsland dat nooit een vorm wordt en altijd in beweging is. Dit is het moment waarop aankomst en vertrek zich verenigen. Er komt altijd een onweerstaanbaar verlangen in mij op, als ik aan de waterlijn van de Hollandse kust denk. Vandaar waarschijnlijk dat ik ooit begonnen ben westwaarts te reizen in een poging daadwerkelijk de wereld rond te trekken en ooit weer op die plaats van vertrek terug te keren. Ik ben dit de Imaginaire Reis gaan noemen. Daar wordt de hunkering en nieuwsgierigheid mee uitdrukt naar het andere, het niet gekende. Het is gaandeweg een dwaaltocht geworden over zeeën, eilanden en continenten. Behalve de kustlijnen oefende ook de wildernis een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uit. Zij zijn beide ongewis en onverbiddelijk. Meedogenloos voor de mens, maar tegelijkertijd verleidelijk, groots en allesomvattend.

‘Territorium/ Universum’, 2002,
acryl op hout – ± 50 x 55 cm