Bram, Geer en Jacoba van Velde

   Herstelde Stilte

Familieverhalen beginnen vaak klein. De omstandigheden uit je jeugd en de breuklijnen die de prille volwassenheid markeren zijn bepalend voor je verdere leven.

Armoedige jeugd
Bij Bram, Geer en Jacoba van Velde is hun levensloop daar een onmiskenbaar voorbeeld van. De jeugd van de schilders Bram (1895), Geer (1898) en hun zuster, de schrijfster Jacoba van Velde (1903), was gedrenkt in armoede. Vader, een failliete turf- en kolenhandelaar, had het gezin verlaten en liet het lot over in handen van hun moeder, wasvrouw. Wij kunnen ons die armoede van toen nu niet meer indenken en het is bijna onvoorstelbaar dat de drie kinderen door hun inspanningen, opoffering en hardnekkigheid zo’n belangrijke positie hebben verworven in de kunstgeschiedenis

Ontdekt
Na de lagere school kwamen Bram en Geer van Velde in de leer bij een Haagse meubelmakers- en decoratiefirma en pikten daar het schildersvak op. Hun talent werd ontdekt door de eigenaar Eduard Kramers en met een toelage van deze wereldwijze mecenas kon Bram in 1922 naar de Duitse schilderskolonie Worpsweze, waar hij kennis maakte met het Expressionisme. Hij werd er sterk beïnvloed door het werk van Vincent van Gogh en Edvard Munch. Twee jaar later vertrok hij met zijn vriendin naar Parijs en in 1925 volgde broer Geer hen vanuit Nederland.

Naar een nieuwe tijd
De revolutie in de schilderkunst had zich rond 1900 in een betrekkelijk korte periode voltrokken en via het geitenpaadje van de Avant-garde konden nieuwe gezichtspunten over kunst tot bloei komen. Vincent van Gogh gaf het begrip kleur een puur andere betekenis, Edvard Munch combineerde zijn gevoelsleven met een andere manier van kijken en in 1907 deelde Pablo Picasso met het schilderij Les Demoiselles d’Avignon de genadeklap uit door de begrippen tijd en ruimte definitief voor de schilderkunst te herformuleren. Als jonge schilders in Frankrijk ontkwamen de gebroeders van Velde niet aan die radicale ontdekkingen van hun illustere voorgangers. De noodzaak om hun openbaringen ten uitvoer te brengen en uit te werken heeft hun kunstenaarsleven fundamenteel bepaald.

Vormexperimenten
In de vooroorlogse periode gaan de broers in thematiek en vormexperimenten min of meer gelijk op. Toch is dan al een verschil in standpunt zichtbaar. Enerzijds deed bij het constructieve werk van Geer de invloed van kubistische schilders zich gelden aan de andere kant richtte de inspiratie bij Bram zich vooral op expressie, dynamiek en emotie die vrijkomt door een onthecht schildersgebaar. Geer trad de wereld tegemoet, terwijl Bram steeds verder afdaalde in een binnenwereld waar uiterlijke verschijnselen op den duur verdampten. Zijn schilderkunst landde gaandeweg in de duisternis van het volledige niets, het onmogelijke, het mysterie.

Vier lotgenoten in Parijs
De Ierse schrijver Samuel Beckett herkende in de kunst van de van Velde’s een bewustzijn dat overeenkwam met zijn eigen schrijverschap. Bram, Geer en Jacoba zijn onlosmakelijk verbonden gebleven met Beckett, die internationale roem verwierf met zijn toneelstuk Wachten op Godot. Jacoba werd in Parijs korte tijd zijn literair agent en vertaalde zijn werk in het Nederlands. Zelf beschreef zij in haar existentialistische roman De Grote Zaal (1953) heel ingehouden, maar intens, de verhouding tussen een dochter en haar oude moeder. Het is een verhaal over eenzaamheid en de angst voor de dood. Zij schetst in het boek het moment ‘waarin alle begrippen hun waarde verloren zullen hebben en waarin niets anders zal zijn dan een volkomen eenzaamheid. Niet de eenzaamheid van een mens onder mensen, maar de eenzaamheid van een mens voor het Niets’. Hierin staat zij, met een tot de kern teruggebrachte literatuur, in opvatting naast zowel Bram en Geer, als Samuel Beckett.

Salto naar het leven
Tussen Bram van Velde en Samuel Beckett ontstond een band van wederzijdse herkenning. Voor hen kon kunst de tijd en de dood de baas, als je maar bereid was je over te geven aan de essentie die leidde naar het zuivere object, zoals Beckett het noemde. Van Velde schreef aan zijn vriend: ‘Mijn werk is een sprong, een salto naar het leven, naar de energie die mij in staat stelt te leven’. Die zoektocht in de diepste diepten van zijn existentie was voor hem een krachtsinspanning die het onmogelijke, doormiddel van verf en kleur, tot leven moest wekken. Voor hem was het schilderij niet meer het doorgeefluik van de zichtbare werkelijkheid maar werd het schilderij het beeld zelf. Zijn werk was gesloten en de abstractie van zijn schilderijen verwees naar een onvoorspelbare gevoelswereld. Zelf schreef hij daar over: ‘Een schilderij over de leegte is niet leeg’.

Naar buiten, van binnen
Broer Geer werd niet zo’n radicale vernieuwer. Hij liet zich inspireren door Henri Matisse en de kubisten, waarbij hij de werkelijkheid deconstrueerde en lichteffecten in samenhang met harmonieuze composities schilderde. Geer keek naar buiten en Bram werkte, van binnen uit, uiteindelijk volkomen abstract in een poging zichzelf staande te houden en zijn zware leven te doorgronden.

Nagelaten sporen
Waardering bleef lang uit en verkoop was er nauwelijks, maar eind jaren vijftig begon schoorvoetend het succes voor de schilders te gloren vanwege een aantal belangrijke exposities in Frankrijk en daarbuiten. Vooral in het werk van Bram werd een internationale tendens herkend die zijn werk verbond met de opmars van de Abstract Expressionisten uit de Verenigde Staten. Zijn schilderijen, gouaches en later de lithografie, die zich aan de zwaartekracht leken te onttrekken, met hun halftransparante kleurvlakken, bijeengehouden door een web van geraffineerde lijnen en niet weggehaalde verfdruipers, oogstten uiteindelijk de erkenning waar zo lang naar toegewerkt was. De sporen, die de kunstenaarsfamilie Van Velde heeft nagelaten, bleken niet een leven te vertegenwoordigen als spelfout van de dood, zoals Samuel Beckett het formuleerde, maar waren het bewijs van een herstelde stilte die de kunst juist tot léven kon wekken.

Ronald Ruseler, november 2017

Geraadpleegde bronnen:
de teksten van Erik Slagter; 
– Bram van Velde, Geer van Velde 2010
– De Kracht van Kleur 2006
– De onmogelijkheid van kunst (met Arnold Heumakers over Samuel Beckett) 1993
Bram van Velde – Jacques Putman et Charles Juliet, Maeght Éditeur 1975
Bram van Velde entretien avec Charles Juliet, Franse Radio 1979
Jacoba van Velde – De Grote Zaal (1953)