RONALD RUSELER – ‘Mijn kunstenaarschap is mijn leven’

Foto Daan Ruijter.

De oerwouden, watervallen en gebergtes van Ronald Ruseler zijn veelal geïnspireerd op reizen. Zijn werk komt voort uit een hunkering en nieuwsgierigheid naar het onbekende. “
Mijn oeuvre is te vergelijken met een raamvertelling. Een enorm bouwwerk aan beelden, dat in de loop der jaren is ontstaan.”

Ronald (75) heeft zijn atelier aan de Lintschotenstraat in Haarlem. Aan de wanden hangen kleurrijke schilderijen in verschillende formaten. Op tafels staan potten verf en bakken met kwasten. De ramen zijn afgeplakt. “Mijn atelier is het centrum van de wereld. Door me af te schermen van de buitenwereld, kan ik me in de Andes wanen of fantaseren dat ik uitzicht heb op zee.” De reizen naar verschillende continenten maakt hij samen met zijn partner Margreet Bouman, die hij leerde kennen op negentienjarige leeftijd vlak na de middelbare school. Samen bezoeken ze meestal onherbergzame gebieden.

Sinds 1977 na het afronden van zijn studie aan de Gerrit Rietveld Academie werkt Ronald niet-stijlgebonden. Hij noemt dat typisch voor de jaren zeventig. “Ik ben van de David Bowie generatie, geïnteresseerd in verschillende stijlen en genres. Ik wil me niet vastleggen en maak graag divers werk. Iedere keer komt er een nieuw belangstellingsveld bij waardoor soms de vorm, de voorstelling of de manier van werken afwijkt. Mijn kunst is realistisch, figuratief of abstract al naargelang de noodzaak. In het begin kreeg ik daar kritiek op. Mensen vonden dat ik in mijn werk alle kanten op ging. Het was niet serieel genoeg, ze konden het handschrift van de kunstenaar er niet in herkennen. Terwijl bij mij juist het omgekeerde het geval is. In de diversiteit van het werk, herken je mij.”

ONBEVANGEN SCHILDEREN
Midden in de werkruimte staat een groot schilderij met een blauwe lucht, gebergte en een soort godheid op een wolk. “Met dit werk ben ik nu bezig, een ingewikkeld schilderij.
Zoiets heb ik nog nooit eerder gemaakt. Het beeld van deze godheid staat in Kathmandu, hij moet kwade geesten verdrijven. Ik ben eraan begonnen na een intensieve reis door Nepal alweer een paar jaar geleden. Dat beeld maakte een enorme indruk op mij. Zo’n godheid moet bescherming bieden en dat is best lastig om te verbeelden. Ik ben van plan hem nu echt af te maken.” Ronald wijst op een klein abstract schilderij met veel lagen olieverf.
“Over dit werkje heb ik ook jaren gedaan.” Hij betast de dikke verflaag. “Hier zit een hele geschiedenis onder. Ik wilde een icoonachtig schilderij maken, maar de vorm en kleuren bevielen me niet. Zoeken naar de juiste sfeer kost tijd. Veel van mijn schilderijen zitten in een bepaald patroon waar ik vertrouwd mee ben. Dan weet ik eerder welke kant ik op wil. Zoals bijvoorbeeld de werken met gebergtes. Herleidbaar en daardoor makkelijker te schilderen.”
De kunstenaar vindt het belangrijk om met onbevangenheid te schilderen. Telkens opnieuw probeert hij als een soort eerste mens te kijken en te werken.
“Ik heb altijd een hekel gehad aan het op routine schilderen. Als ik iets goed kan, ga ik op een andere manier werken. Steeds weer probeer ik mezelf opnieuw uit te vinden. Het is een cyclisch proces, daar ben ik nu al zo’n vijftig jaar mee bezig. Voorlopig kan ik nog wel even door, als schilderen werk wordt dan stop ik ermee.”


UITDIJEND HEELAL
Zijn werk valt vergelijken met een groot dagboek met daarin alles wat hij meemaakt. Het is een weergave van wie hij is. Ronalds schilderijen zijn herinneringen en terugblikken die hij achteraf probeert her te beleven.
“Wat ik tegenkom in mijn leven ervaar ik opnieuw in mijn atelier. Vervolgens geef ik het beeldend terug aan de wereld. Alles hoort bij elkaar, mijn oeuvre is één geheel. Schrijvers zijn ook echte oeuvrebouwers. Ik ben een groot fan van bijvoorbeeld Thomas Mann. Al zijn boeken zíjn Thomas Mann of ze nu over Bijbelse verhalen gaan of de Tweede Wereldoorlog. Dat geldt ook voor mij. Ik maak verschillend werk, maar ik ben het allemaal. Ik probeer de vrijheid van mijn denken en mijn werken zo ver mogelijk uit te rekken. Het is een soort uitdijend heelal van energie en standpunten. Net als de wateroppervlakte die zich zacht deinend uitbreidt nadat er een steen in is geworpen. De golven bewegen naar een rand toe die ik niet ken en dat niet kennen is wat mij gaande houdt. Zo zie ik mijn wereld en mijn kunst.”
Ontdekken staat centraal in Ronalds werk en in zijn leven. Hij werkt vanuit een constante bodem die gevoed wordt door nieuwsgierigheid.
“Als ik iets zie en dat raakt me, bekijk ik of ik het de moeite waard is om het verder bloot te leggen. Ik vind het belangrijk dat de toeschouwer er ook iets mee kan. Je biedt niet alleen je talent aan, maar tevens een verhaal. Willen ze daarin meegaan? Het is een uitwisseling.
Als kunstenaar ben je ook artiest, ik hou ervan om te exposeren en op het podium te staan. Alleen in een hutje op de hei schilderen heeft voor mij geen bestaansrecht. Ik ben altijd actief geweest in de kunst, heb veel tentoonstellingen gemaakt en ben medeoprichter van kunstenaarsvereniging De Vishal.”

KRUISTOCHT EN GUERRILLASTRIJD
De kunstenaar haalt zijn inspiratie voornamelijk uit lezen, schrijven en reizen. Sterker nog, de reizen komen meestal voort uit het lezen.
“We reizen nooit zonder doel. Het vloeit voort uit een bepaalde gedrevenheid en niet om een bucketlist af te vinken. Wat een verschrikkelijk woord trouwens. Ik lees nu een boek over de kruistochten. Recentelijk bezochten we Bouillon in de Belgische Ardennen. Godfried van Bouillon was een van de leiders van de Eerste Kruistocht. Ik vind het ontzettend leuk om zo’n plek dan te bekijken.
Vooraf aan een reis door Brazilië las Ronald De Binnenlanden van Euclides Da Cunha.
“Een geweldig boek. Het gaat over de opstand van het volk tegen de republiek. Dat is een guerrillastrijd geweest rond 1900 van vier jaar ongeveer en heeft de geschiedenis van Brazilië enorm bepaald. Aan de oostkust waar onze reis begon, bleek op een paar honderd kilometer verderop het plaatsje Canudos te liggen waar die strijd plaatsvond. We zijn ernaar afgereisd. Het lag in the middle of nowhere en kostte ons drie dagen om er te komen.
Het oorspronkelijke dorp bestond niet meer, dat is verdwenen onder een stuwmeer.
Dan sta je daar in de woestijn op die grond waar het ooit allemaal gebeurde, indrukwekkend. Op zo’n reis kan ik nog jaren teren in mijn atelier.”

‘Mijn schilderijen zijn herbelevingen van onze reizen’

NADENKEN OVER ZINGEVING
Ronald noemt zichzelf niet religieus en ook niet spiritueel, maar wel levensbeschouwelijk. Ter illustratie deelt hij een ervaring in Israël opgedaan.
“Margreet en ik waren in de Heilig Grafkerk in de ommuurde oude stad in Jeruzalem”. 
Volgens de overlevering is de kerk gebouwd op de plek waar Christus zowel gekruisigd, begraven als opgestaan zou zijn.
“In de kerk staat een soort stenen tafel waarop Jezus gebalsemd zou zijn. Voor veel gelovigen is dit een zeer belangrijke plek. Mensen knielden en hingen biddend over het marmeren blad. Ik raakte daar zo door gefascineerd. Voor de gelovigen heeft die tafel een heilige betekenis waar ze kracht uit halen, wat ze tot ontroering brengt of waar ze hun verdriet in kwijt kunnen. Ik werd er helemaal door opgenomen. Op een gegeven ogenblik trok Margreet me weg. Dit soort ervaringen zijn in mijn ogen niet spiritueel, maar wel momenten waarop je nadenkt over je positie op aarde, over zingeving. Ik herken dat ook in de boeken van Harry Mulisch. Hij schrijft over de betekenis van gebeurtenissen, de geschiedenis of plaatsen. Die kun je als archeoloog of historicus bekijken, maar je kunt het ook beleven. Ik lees meer boeken die hierover gaan en ook de bijbel, dat is voor mij een historisch boek.”

DE IMAGINAIRE REIS
Het kunstenaarspaar begon ooit aan een reis westwaarts in een poging de wereld rond
te trekken en ooit weer op de plaats van vertrek terug te keren. Ronald noemt dit De Imaginaire Reis. Daar wordt de hunkering mee uitgedrukt naar het andere. Het is gaandeweg een dwaaltocht geworden over zeeën, eilanden en continenten.
“Joost Pollmann (auteur red.) zei ooit: ‘Je gaat door de voordeur weg en komt via de achterdeur je huis weer binnen’. We hebben inmiddels zoveel landen doorkruist dat we bijna weer thuis zijn.”
Naast literatuur en reizen haalt Ronald ook inspiratie uit kunst. Al sinds de kunstacademie zijn Rothko, Willem de Kooning, Francis Bacon, Andy Warhol en Picasso zijn schildershelden. (zie ✶)
Samen met Margreet heeft hij een grote kunstcollectie. In de tijd dat ze beiden op de academie zaten, vonden ze dat hun werk niet bij elkaar paste. Daarom zijn ze kunst gaan verzamelen van anderen voor thuis aan de wand.
“Na vijftig jaar exposeren wij binnenkort voor het eerst alleen met ons tweeën in Galerie Lutz in Delft. Ik ben altijd nieuwsgierig naar wat collega’s doen en bezoek graag kunstmusea en galeries. Het hoort allemaal bij dat ene ding: ik denk kunst. Dat is zo in mijn wereld gegroeid, ik kan niet meer op een andere manier kijken.”

Tekst: Meta van der Meijden.
Fotografie: Daan Ruijter.
HRLM 102, maart – april 2026, 18e jaargang

✶ Ben daar vergeten aan toe te voegen: het oeuvre van Alfred Hitchcock. Iedere film is anders en toch zijn ze onmiskenbaar van de cineast (RR)