
Op zijn laatste levensavond zag Evert Jan nog wel een lichtpuntje. Inkea had hem als laatste gesproken en hij vertrouwde haar toe – hoewel doodziek en uitgeput – dat hij hoopte het ziekenhuis snel weer te kunnen verlaten. Terug naar zijn kamer in de Hof van Jacob.
De Hof van Jacob was voor hem een zegen en een gelukkige uitkomst na vele fysieke problemen en geestelijk ongemak. Heel slim had hij zich vroegtijdig ingeschreven voor een serviceflat toen hij in de krant las dat er een nieuw zorgcomplex in aanbouw was voor ouderen. Op Facebook schreef hij als reactie:
‘Hier wil ik heen’.
Toen op zichzelf wonen niet meer mogelijk was kreeg hij verrassend en vrij snel de indicatie dat hij in aanmerking kwam voor de verpleegafdeling van de Hof van Jacob. Daar was hij dolblij mee. Zijn leven kwam weer op gang en enthousiast begon hij aan een nieuw bestaan. Hij bestelde in de Hof meteen alles nieuw: nieuwe kasten, nieuwe tafels en nieuwe stoelen. Rutger-Jan installeerde de kasten, verhuisde zijn boeken en muziek zodat appartement nummer 163 op de Boekenafdeling langzaam eigen werd.
Daarna bestelde hij zijn spullen standaard via internet om de anderen niet te belasten. Zijn kleding, lekkernijen, medicijnen. (En de wodka – apart verhaal – want het huis verbood hem die guilty pleasure niet). Kortom hij werd de spil in zijn eigen, nieuwe wereld.
Wilskracht en doorzettingsvermogen
Het afgelopen jaar was zwaar. Diverse ziekenhuisopnames volgden en steeds kwam Evert Jan er met verbazingwekkende wilskracht bovenop. Op onze beurt hielden wij steeds ons hart vast, want ieder moment kon het laatste zijn. Na het bezoek van Inkea op die vrijdagavond, merkte het medisch personeel om 6.00 uur in de ochtend dat hij in zijn slaap was overleden. Evert Jan straalde rust uit en was weer tot zichzelf teruggekeerd. Dat was een mooie aanblik, verder lijden is hem bespaard gebleven.
Voor Evert Jan waren geestkracht en doorzettingsvermogen een bewonderenswaardige eigenschap. Zijn leven is niet eenvoudig geweest en toch hebben wij altijd het idee gehad dat hij er ook wel tevreden over geweest is.
Zijn werkzame leven begon hij als manager in de Luxorbioskoop te Haarlem. Daar heeft hij Lilly leren kennen, de moeder van Tamara en na hun huwelijk, van Rutger-Jan en Inkea. Hij woonde lange tijd boven het ‘T Haarlems Studenten Gildt aan de Kleine Houtstraat en was daar actief lid.
Na de scheiding met Lil pakte hij zijn rechtenstudie op, terwijl hij ondertussen werkte op het Ministerie van Financiën in Den Haag. Tot aan zijn pensioen is hij daar gebleven. Op de kamerdeur stond mr. E J Bouman. Er bestond zelfs een Wet Bouman waar hij smakelijk over kon vertellen, want een wet met die naam? … Dat vond hij prachtig.
Het raadsel Evert Jan Bouman
Evert Jan kon ook een raadsel zijn. Van alles maakte hij, als pietje-precies spreadssheets of kon hij tot op de letter teksten uitpluizen. Dat maakte hem natuurlijk tot een gewaardeerd specialist en vakman op zijn werk.
Over dat werk wisten wij eigenlijk niet zoveel totdat hij secretaris van de Muntcommissie werd.
De Nederlandse Munt is een afdeling van het Ministerie van Financiën waar specialisme, traditie en eeuwenoude wetten gelden. Hij schreef opdrachten uit voor nieuwe munten en had over de ontwerpen geregeld contact met het Koninklijk Paleis, want de koningin was er altijd nauw bij betrokken.
Een voormalig Cie-lid schreef over zijn inzet: ‘Een heel fijn mens was hij! Hij sprankelde en straalde en had een fijne energieke uitstraling, wist van aanpakken, was ook nuchter en to the point’.
Hij was veelvuldig aanwezig bij de Eerste Slag in Utrecht en spoorde ons aan ook eens in te zenden onder het motto:
“Als je ziet wat voor bagger ik op mijn bureau krijg, dat wil je niet weten’.
Margreet heeft door die aansporing zo’n schetsopdracht een keer gekregen. Vóór de uitslag hield Evert Jan zijn mond stijf dicht als ze zat te vissen naar de uitkomst.
Onze familie is grotendeels een kunstenaarsfamilie met veel creatievelingen, maar Evert Jan kende door zijn werk het crème de la crème van Nederlandse kunstenaars. Dat was zo leuk. Een zwart-wit foto gemaakt door Erwin Olaf, waar hij als secretaris van de Muntcommissie op figureert – naar de Staalmeesters van Rembrandt – is daar een mooi voorbeeld van.
Alles zijn eigen plaats
Zijn leven had hij in verschillende compartimentjes – eigen vakjes – opgedeeld. Onderling waren er overlappingen. Zijn familie b.v. en de regelmaat waarop hij zijn moeder Corrie, met een strak schema in de hand, bijstond.
Even zo goed kenden die diverse werelden ook hun eigen wetmatigheden en bleven ze voor elkaar een soort Zwarte Gaten die elkaar niet altíj́d raakten.
Soms waren we stomverbaasd over hoe geliefd hij kon zijn bij anderen, maar waar hij nooit over sprak. Op zijn werk waar in zijn kamer altijd een pot dropjes klaar stond of bij zijn overburen op de camping in Vogelenzang bijvoorbeeld waar zijn buren en vooral het buurmeisje dol op hem waren of de verzorgenden die hem bijstonden in de Hof of elders. Die moesten dan wel meegaan met de gebruiksaanwijzing EJB, maar goed. Ook daar.
Hoewel hij graag alleen wilde zijn en in de Hof van Jacob erg op zijn privacy gesteld was, eenzaam was hij niet.
Het mooiste voorbeeld van zijn sociale aanwezigheid was zijn afscheid bij het ministerie. De receptie was overweldigend. Zijn kinderen waren stomverbaasd over de hoeveelheid aanwezigen. Iedereen was er: familie, directe collega’s, de staatsecretaris van dienst, de directeur van de Munt etc. … en alle toespraken waren vol lof. Over zijn non-conformisme en kleding bijvoorbeeld. De Ridderorde van Oranje – Nassau kreeg hij op zijn overhemd gespeld. Officieel mocht dat niet, maar dat was typisch Evert Jan.
Rutger-Jan merkte tijdens de receptie op dat hij met verjaardagen alleen ons zag en nu dit.
‘Moet je zien. Het is hier stampvol!’.
Inkea riep ongelovig, terwijl ze naar de feestvierders keek:
“Ik dacht altijd dat hij met tegenzin naar zijn werk ging, maar wat ik hier allemaal meemaak en hoor … Nooit verwacht!”.
Aan tafel kwam de blijdschap over die Ridderorde en zijn afscheid nog wel eens ter sprake.
De Vishal en verder
Na zijn pensioen werd hij, op voorstel van Margreet, vrijwilliger bij kunstenaarsvereniging De Vishal in Haarlem. Eerst als baliemedewerker en niet veel later werden zijn talenten op basis van kennis en accuratesse ontdekt. Al snel maakte hij als secretaris deel uit van het bestuur. Op de balie verscheen wederom zijn pot met dropjes. Voor sommigen was Evert Jan af en toe wennen, maar ook hier maakte hij vrienden.
Dan zijn er nog zijn onbekende relaties. Die maakten deel uit van zijn parallelle universum. Dat bepaalde eveneens wie hij was. Over zijn homoseksualiteit deed hij niet moeilijk en dat hoorde bij hem. Ontroerd en enthousiast kon Evert Jan zijn deelname aan één van de eerste Gay Prides in Amsterdam ophalen. Dat hij meevoer op de boot van de Wilson’s – homobar in Haarlem – was een beleving eerste klas en die ervaring is hemels voor hem geweest. Eindelijk onder elkaar en dat alles werd ook nog eens massaal beleefd. Mooier kon het niet zijn.
Evert Jan hield van de familie en hij hield vooral van zijn kinderen, maar daarboven uit steeg de liefde voor Nefely – zijn kleindochter. Die liefde voor haar was zonder schroom en smeltend van ontroering toonde hij foto’s en filmpjes van haar.
Wij gaan Evert Jan enorm missen. Zijn ongeduld en bokkigheid als het zo uitkwam, zijn gezelschap, maar vooral ook zijn levenslange passie voor lezen en muziek – hij las vrijwel alleen Nederlandse literatuur of Science fiction en hield vooral van opera – ook weer zulke vakjes. Wij gaan zijn vrolijkheid en de blijdschap missen als we allemaal bij elkaar waren. Zijn trouw, betrokkenheid en liefde zullen voor altijd bij ons blijven. Vandaag zijn wij verstrengeld met ieder onze eigen herinneringen … en dat allemaal voor onze Evert Jan.
Uitgesproken 19 januari 2026



