Mijn vader schilderde als kind graag en bleek talent te hebben. Op de Lagere School haalde hij hoge cijfers. Hij heeft zelfs een tijdje de ambitie gehad om van schilderen zijn beroep te maken en als de oorlog voorbij zou zijn naar Curaçao te emigreren. Het kunstenaarschap werd hem ten strengste afgeraden, omdat daar geen droog brood in te verdienen was. In de exacte vakken blonk hij ook uit.
In de oorlog kon hij als leerling terecht op de werkplaats van de Nederlandse Spoorwegen te Haarlem. Daardoor bleef hem een gedwongen tewerkstelling in Duitsland bespaard. Via avondcursussen kon hij van ’tekenen’ zijn beroep maken als technisch tekenaar en belandde hij op de Tekenkamer van de werkplaats. In zijn vrije tijd heeft hij altijd geschilderd en getekend; landschapjes, stillevens en cartoons (voor sportkrantjes en andere blaadjes). Op reis nam hij steevast een tekenboekje mee om zijn ervaringen vast te leggen. Er lagen vroeger bij ons thuis altijd kunstboeken. Die werden geleend bij de Openbare Bibliotheek van Haarlem.
Mijn vader heeft mij altijd gesteund, toen ik te kennen gaf kunstenaar te willen worden. Hij herkende dat verlangen maar al te goed.
Schilderijen
Voor zover bekend is het onderstaand schilderijtje – Het Rode Kalfje – het eerste olieverfje dat hij maakte. Het is geschilderd op stevig karton. Vroeger hing het bij zijn ouders in huis en na zijn huwelijk heeft het altijd in de slaapkamer van mijn ouders gehangen.

Onderstaand stilleven is eveneens bewaard gebleven. Bij het ontruimen van het ouderlijk huis kwam het tevoorschijn. Het hangt nu bij ons in de huiskamer. Het is sympathiek en aandoenlijk tegelijk.

