Eigenlijk was ik nog heel kinderlijk, toen er gekozen moest worden voor een middelbare school. Mijn ouders stond een HBS-opleiding voor ogen, maar daar had ik geen zin in. Dat was dermate onbekend terrein dat ik mij daar niets bij kon voorstellen. Ik kende in mijn directe omgeving niet echt iemand die naar de HBS ging. Ja, mijn overbuurjongen Koos, maar die ging naar een Christelijke school en dat was voorbij mijn horizon.
Toen het puntje bij het paaltje kwam koos ik voor de Ketelaar Mulo, want een vriendje van de Lagere School ging daar ook naar toe … lekker veilig. Dat de Mulo te bescheiden was en in tegenspraak met de ambities van mijn ouders had ik natuurlijk helemaal niet door. Ik werd meerdere malen getest en die wezen uit dat ik de HBS makkelijk aankon. Het werd toch de Ketelaar.
Naar de Ketelaar Mulo
De eerste klas deed ik over, omdat ik aan echt leren nog niet toe was en de derde klas moest ik ook overdoen, omdat ik het vertikte tot wanhoop van mijn ouders. Om mij te dwingen iets aan mijn huiswerk te doen werd afgesproken dat meneer Henstra, tevens hoofd van de school, mij extra klassenbeurten zou geven bij overhoringen. Nou goed … dan maar stampen werd het credo om van het gezeur af te zijn.
Keerpunt
Rond de overgang van de derde klas naar de eindexamenklas vond er bij mij een opmerkelijke omwenteling plaats. Toen wij tijdens de les handenarbeid op een maquette een stad met grachten moesten maken, werd meneer Brouwer1 (1) zo enthousiast over de manier waarop ik de oude geveltjes had beschilderd, dat ik verbaasd naar mijn eigen werk ging kijken. Ik bleek te kunnen tekenen en aangemoedigd door mijn tekenleraren Beetsema en Hamel kreeg ik daar oprecht lol in. Jeroen Bosch was in de mode en diens fantasieën gingen mij goed af. Naast lezen wilde ik thuis alleen nog maar tekenen. De eettafel in de huiskamer werd mijn tekendomein. Later maakte mijn vader op mijn kamer een permanente tekentafel zodat ik mijn spullen kon laten liggen. Ik kwam atelierkamer niet meer af en tekende of las, speelde gitaar en piano. Ik sloot mij op als adolescent-kluizenaar.
Doorbraak
De doorbraak in dit zelfgekozen isolement kwam op de dag dat een medeleerling uit de parallelklas voor de deur stond en aanbelde. Hij heette Fred Rijbroek. Hij was met een meisje, dat met de fiets in de hand op straat wachtte. Hij vroeg of ik zin had om op school mee te doen met een groepje vrienden dat muziek maakte. Hij wilde een bandje oprichten en omdat ik het groepje was opgevallen werd hij op pad gestuurd om mij te polsen. Dit werd het begin van een hechte schoolvriendschap.
In de eindexamenklas kreeg ik plotseling haast. Mijn ouders hadden mij in de derde klas naar mevrouw Thoden van Velzen2 (2) in Heemstede, op bijles gestuurd . Zij was lerares en zij imponeerde meteen door haar directheid en wijsheid. Bij haar kwamen ook andere leerlingen, maar dan uit een Heemsteeds kringentje. Wij werden verdeeld op de bovenetage van de villa en moesten ieder apart werken. Haar slaapkamer was gescheiden van die van haar man. Dat vond ik heel bijzonder. Door haar kreeg ik weer lol in leren. De Heemsteedse leerlingen speelden een thuiswedstrijd, omdat zij elkaar allemaal kenden. Ik vond de meesten behoorlijk dom. Het besef drong door dat deze kinderen naar school moesten om het diploma halen uit klassenbewustzijn. Zij moesten en zouden later studeren, of zij het aankonden of niet.
School werd nu een activiteitenbolwerk waar ik zicht kreeg op iets dat ik wel vermoedde maar waarvan het bestaan vooralsnog te ver weg leek. Wij maakten muziek en schreven liedjes. Ik had ondertussen stapels tekeningen en langzaam kwam de gedachte aan een kunstacademie in zicht en dat idee verliet mij niet meer. Vrienden van mijn ouders leek de Grafische School wel wat, maar daar leerde je een vak waar ik geen fantasie bij had. Ik wilde iets anders, maar wist alleen niet hoe dat er uit zag!
De kunstacademie, maar had ik wel talent?
Mijn vader kon mijn tekenlust wel waarderen, want dat deed hij zelf ook graag. Op een avond in het voorjaar ben ik met mijn vader naar de Rietveld Academie in Amsterdam getogen om mijn werk aan de toenmalige directeur Hens Van Der Spoel3 te laten zien. Ik had een volle map tekeningen meegenomen, maar de directeur maakte al snel aan iedere illusie een eind. In de tekenmap zat van alles en nog wat, kunst was het niet. Ik kon goed natekenen, maar hij zag nergens of ik geschikt was voor de kunst. Had ik wel talent?
‘Ga naar buiten om te tekenen en te schetsen. Je moet eerst veel oefenen … hm … bah’, zei hij en met een vies gezicht bekeek hij vervolgens de grote vellen papier waar ik in flowerpowerstijl dramatische voorstellingen op had geschilderd.
Hij vertelde dat de echte kunst eindelijk afstand had genomen van die verschrikkelijke Art Nouveau en dat deze stijl via een achterdeur bij de jeugd tot zijn afgrijzen weer populair was geworden. Aan de naaktfoto’s die ik had nagetekend uit het literaire blad Gandalf had hij ook niet veel. Ga eerst maar eens echte naakten schilderen, adviseerde hij en als ik dat allemaal goed geoefend had kon ik over een jaar weer terugkomen.
Zwijgend ging ik met mijn vader weer huiswaarts. Ik voelde mij beschaamd en verloren. Een toekomst als kunstenaar zat er voor mij voorlopig niet in. Toch moest ik verder.
De afloop
Ik leerde opeens hard en tot de stomme verbazing van mijn ouders haalde ik de hoogste score van het eindexamen. Aan een dramatische en bewogen Mulo-carrière was een einde gekomen en toen ik met mijn diploma thuiskwam rolden bij mijn vader, deels van ontroering, deels van opluchting, de tranen over de wangen.
Mijn moeder was op de HBS gaan vragen of ik daar terecht kon en dat vond de school goed. Ik zou in de derde klas kunnen beginnen, maar dat wilde ik niet. Dat duurde mij veel te lang. Ik was al 18. Met mijn vader stak ik het licht op bij de Openbare Kweekschool Haarlem en de Christelijke in Bloemendaal met vooropleiding de tweejarige HAVO, maar die wilden mij niet. De zoektocht leek te stranden. Wat nu?
Via een klasgenoot kwam mij ter ore dat er in IJmuiden naast de HBS een MMS werd omgetoverd tot de experimentele HAVO. Dat was weliswaar de stad uit, maar voor mij was dit geen belemmering. Mijn vader werkte bij de Spoorwegen en daardoor kon ik gratis met de trein naar IJmuiden en die stopte pal voor de Dr. Mr. Vissering Scholen Gemeenschap. Daar werd ik meteen zonder problemen ingeschreven. Het leven kon beginnen.
Noten:
- Meneer Brouwer knutselde grappige karikatuurtjes en die werden als pauzefilmpjes uitgezonden op de televisie ↩︎
- Mevrouw Thoden van Velsen gaf Franse les aan huisvrouwen en in Heemstede bijles aan scholieren. ↩︎
- Hens Van Der Spoel (1904-1987) bracht zijn jeugd door in Kampen en Hilversum. Na het behalen van het HBS-diploma aan het Christelijk Lyceum te Hilversum, vervolgde hij zijn studie aan de Amsterdamse Rijksnormaalschool. Hij was getrouwd met Nel Houtman, een keramiste. Tot 1959 woonde Van der Spoel in Zeeland. In 1959 verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij twee jaar eerder was benoemd tot docent aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs (later Rietveldacademie). In 1964 werd hij daar adjunct-directeur en in 1969 ging hij met pensioen. Nadien bleef hij actief als kunstenaar. ↩︎
