Geeske Walsma – Compositie is alles, het fundament

Niet zo heel lang geleden bezocht ik een prachtig overzicht van het recente werk van Geeske Walsma bij Christie’s te Amsterdam. Ze toonde fascinerende schilderijen die verstild, uitgewogen en kleurrijk waren. De abstracties waren compositorisch bewogen bewegingen. Zoals bij alle intrigerende kunst moest je er de tijd voor nemen om in de essentie door te dringen.

Afgewezen
Ik vroeg Geeske die avond of ze lid was van Arti, want dan kon ik voor Articula een stukje wijden aan haar werk.
‘Dat zou leuk zijn, zei ze,’ maar ik ben in de 80-er/ 90-er jaren twee keer afgewezen voor het lidmaatschap!’
‘Hè, nou zeg, hoe kan dat nu?’, was mijn eerste reactie, ‘Afgewezen … jij? Je hebt de Rijksacademie afgemaakt. … je kreeg daar een toekenning uit het legaat van Mirjam Jacobson1 … je hebt meegedaan aan de Prix de Rome … er waren mooie tentoonstellingen … je gaf les in het kunstonderwijs en werkte toen al hard aan dit oeuvre … Nou ja?!’. (Verontwaardigd)
Op de redactievergadering werd al snel duidelijk dat welingelichte bronnen binnen Arti wisten te melden dat in die tijd – kort door de bocht – iedereen die van de Rijksacademie kwam sowieso niet werd toegelaten. Vanwaar die onwil? Geen idee. We wachten de reacties maar af. Nu eerst naar het werk van Geeske Walsma.

Het onmisbare compositieschema
Haar atelier is een lucide ruimte met veel natuurlijk licht. De sfeer binnen past in zekere zin goed bij de architectuur buiten, de Amsterdamse School. Helder, strak, terughoudend en niet opdringerig.
‘Toen er nog een vertelling was hoorde elke compositie te kloppen’, vertelt ze, ’Of het nu om een schilderij van Picasso ging of een middeleeuws tafereel. Compositie is alles, het fundament. De verhouding tussen vorm en restvorm is daarbij cruciaal. Die analyse is altijd het uitgangspunt voor mijn werk gebleven.
In het begin schilderde ik wilde, bijna abstracte voorstellingen met figuratieve elementen. De formaten waren monumentaal. Dat vond ik inspirerend.
De compositieschema’s die ik indertijd gebruikte pas ik nog steeds toe. Die ordening heb ik nodig om de basisstructuur van de dingen goed op hun plek te krijgen, want alles gaat om de compositie, waarbij vorm en restvorm in balans horen te zijn’.

De kruising tussen dagboek, de wereld en het denken
Ze bladert door een map met werk op papier. Soms bevatten de bladen cijfers, letters of woorden. Hele zinnen zelfs. Geeskes vorm van hardop denken door eindeloos te tekenen levert een scala op van onverwachte mogelijkheden.
‘Ik teken eerst in schetsboeken of op losse bladen. Zij zijn een kruising tussen een dagboek, de wereld en mijn denken. Tekenen hoort bij hoe ik leef en uiteindelijk komt het samen in een schilderij. Al die gelaagdheden, van het primaire tekengebaar tot de overstap naar het schilderij is voor mij het resultaat van een ultieme persoonlijke uitspraak. Werken aan een schilderij duurt lang. Al die lagen verf deinen mee op de tijd en gaan een zelfstandig leven leiden. Je ziet, ik werk nog steeds volgens het grit gebaseerd op het enorme paneel dat ik maakte tijdens de Prix de Rome.’
Het schilderij heeft het recht op een eigen ontwikkeling en dat gaat stap voor stap via deze schetsen. Het beproefde compositieschema loodst haar door de moeilijke beslissingen heen die ze moet nemen om het doel te bereiken.

Visionairs der abstractie
Wij komen te spreken over Mondriaan en van Doesburg. Beiden bleken visionairs. Bij hun inspanning om de sublieme zuiverheid en transcendentie in hun kunst te bereiken kun je bij beide schilders altijd hun eigen handschrift herkennen. Ieder voor zich heeft een andere uitkomst bij dezelfde uitgangspunten. Hun idealisme om in een veranderende wereld een antwoord te vinden voor de toekomstige tijd maakt hen tot voorlopers van nieuwe schilderkunst.

Het moment waarop kleur en verf gaan vliegen
Walsma maakt geen fundamentele schilderkunst. Dat is wel duidelijk. Onder de abstracties woelt en krioelt het van leven. Om tot verstilling te komen heeft het schilderij al een heel leven achter de rug. Ze draait een paar doeken om en wijst op een boekhouding vol aantekeningen. Wanneer en op welke datum is het werk weer opnieuw uit de slaap gewekt?
‘Als ik schilder maak ik eerst de olieverf stuk’, vervolgt ze,’ Ik verdun de verf met veel terpentine. Daarom leg ik de doeken neer tijdens het schilderen, want de verf moet vloeibaar blijven om de spanning tussen statisch en beweging te handhaven. Zie je dat mijn composities bewegen? … Alles is continu in beweging. Het zijn de kleuren en de vele verflagen, maar het gaat vooral om het moment waarop kleur en verf gaan vliegen. Er is beweging, maar het is altijd stil’.

Achter ieder woord gaat een wereld schuil, wordt wel gezegd. Dat begrip geldt in hoge mate voor de doeken die op het atelier zichtbaar zijn. Alle kleur, ieder vlak, de dwarreling van elementen is puur beeldgenot. Wat blijft is het resultaat van een ingewikkeld wordingsproces … Schilderen? Laat dat maar aan Geeske Walsma over.

Vogelenzang, augustus 2026

  1. Mirjam Jacobson (Amsterdam 1887 – Bergen Belsen 1945) ↩︎
Ateliersituatie

ZI 2021 – 2024, 195 x 150 cm | V.Z./2 195 x 150 cm

Het compositieschema

Articula 38