Frans Franciscus: Godenschemering

Frans Franciscus in zijn atelier, 1985 – foto Erwin Olaf

In het Centraal Museum te Utrecht is tot en met 22 november een mooi overzicht te zien van het werk van Frans Franciscus. Met humor en ironie stelt Franciscus de vanzelfsprekendheid van de westerse kunstcanon ter discussie en pleit hij voor een bredere blik op de figuratieve traditie. De zalen beginnen met zijn vroege academiewerk en waaiert vervolgens uit in diverse thema’s. Om de thema’s in context te plaatsen is er ook een keuze gemaakt uit de collectie van het museum. Die keuze deint associatief mee met de getoonde kunst van Frans Franciscus. 

In Berlijn – het begin
Berlijn had in de jaren 80 de naam dat er actief geschilderd werd. Daar begon Frans zijn stage en kwam terecht in Kreuzberg. De punk was zo’n beetje over het hoogtepunt heen en je zou kunnen zeggen dat de stad zich, op dat moment, in een soort culturele tussenperiode bevond. Hij ervoer dat de invloed van die punkers, de Neue Wilden, de Muhlheimer Freiheit en in Frankrijk de straatkunst van Combas en Di Rosa … Cuchi en Chia in Italië, eigenlijk al over was. Hij ging zich tegen die kunstenaars afzetten. Als jonge hond wilde hij het anders aanpakken, maar hoe verder? Dat veranderde toen hij in de musea geconfronteerd werd met oude meesters die verhalen vertelden. Op dat moment kende hij de diepgang van hun kunst helemaal niet, maar ze maakten wel enorme indruk.
Na een half jaar Berlijn kreeg hij het aanbod om in Utrecht af te studeren met een eigen werkplek. ‘De academie bood mij atelieruimte aan en toen ben ik terugverhuisd. Voor de academie zat ik alleen maar te tekenen, dat doe ik nog steeds heel veel, maar op de academie ben ik meteen begonnen met verf. Eerst abstract, maar al snel figuratief. De keuze voor figuratie was een belangrijk besluit.’ 

Bijbelse – en mythologische verhalen.
Door de postmoderne stellingname van zijn leeftijdgenoten om kunst te citeren in hun werk, is hij oude schilderijen op zijn eigen manier gaan interpreteren. 
‘Ik wist toen nog niet waar het precies over ging, maar liet mij er niet door storen. Ik verzon er mijn eigen verhaaltje bij. Pas later kwam daar verandering in. Tijdens mijn eindexamen waren de docenten plotseling tegen mij. Mijn hele atelier hing vol met schilderijen, maar mijn keuze om uitsluitend figuratief te schilderen konden zij volstrekt niet waarderen.’ In een mooi, klein overzicht van zijn academietijd hangt een eerste, op tentdoek, geschilderde Sebastiaan.

Associaties en Interpretaties
David Hockney zei over het verschil tussen kijken en zien dat het begrip realiteit moeilijk te definiëren is, want de werkelijkheid speelt zich uiteindelijk in onze geest af. Iedereen neemt de realiteit anders waar, pas daarna volgt het spel der interpretaties. In die zin is de betekenis van kunst nooit veranderd. Of het nu een grottekening is van onze verre voorouders of de actualiteit van nu. Als magiër van de verbeelding voert Frans Franciscus ons al associërend en interpreterend mee door een op hol geslagen wereld. Soms stemt dat vrolijk vanwege een verrassend en humoristisch plot, soms lijkt het onheil onontkoombaar.
In het schilderij Decoronation wordt het schrille contrast weergegeven van een travestiet die door mediterrane types te grazen wordt genomen. Aan de ene kant vier je de vrijheid op een boot in de grachten van Amsterdam en zodra je de hoek om bent word je genadeloos in elkaar geslagen. Kernachtiger kan de tweeslachtigheid in de huidige tijd niet weergegeven worden. Oh ironie … Godenschemering.

Wereldkunst
De schilderijen van Frans Franciscus doen universeel aan, omdat de onderwerpen uit alle windhoeken lijken te komen en samenkomen in een collage vol compositorische effecten. Er hangt een kleurrijk doek met een dansende derwisj, Europaop de stier Zeus waaierend in een kring van aaneen gevlochten staartjes van een mooi roodharig meisje, een schilderij met enorme plateauzolen geplaatst in een paradijselijk oerwoud à la Rousseau Le Douanier en op een portret ziet vriend Erwin Olaf, gekleed in een ouderwets kostuum, plus lorgnet, dat alles goed was. 
Op het doek Olubunmi uit 1992 staat de schilder voor een schildersezel. Hij wordt gekust door een Massai. De donkere grote figuur heeft zich los weten te maken uit een zwerm kleinere eens-gelijke Massai-mannen. De schilder laat één van hen op een schilderij in wording, neerploffen op een stoel in zijn eigen atelier. Wie kust wie nu eigenlijk wakker in dit Droste-effect optima forma?

Götterdämmerung
In de gelijknamige opera van Richard Wagner (het sluitstuk van de Der Ring des Nibelungen) gaat het Walhalla in vlammen op. De wereld van corruptie, machtswellust en oorlogen gaat ten onder. Pas na deze loutering kunnen de mensen in een harmonieuze wereld, weer nieuwe goden scheppen.
‘Om het uitgangspunt van de tentoonstelling te verdiepen wilde ik er een rei bij’, vertelt Frans Franciscus tot slot, ’Een koor uit een Griekse tragedie en dat zijn 5 zangers van keramiek geworden: In Unisono (meerdelig). Hun stemmen hoor je niet … nee … het is de stilte. Je kunt je voorstellen dat hun geluidloosheid een schreeuw is geworden in een wereld die momenteel op zijn kop staat … Ruhe bitte …’ 
Gaat dat zien!

Vogelenzang, augustus 2026

Bronnen:
– Gesprek met Frans Franciscus op 12 augustus 2026.
– A history of pictures: David Hockney & Martin Gayford, 2016
– Herfried Münkler – Marx, Wagner, Nietzsche, het tijdperk van revoluties (2021) 
– Persbericht Centraal Museum: Godenschemering – Frans Franciscus 10 juli – 22 november 2026

Decoronation, 2003, 160 x 130cm, Olieverf op doek, Collectie Centraal Museum Utrecht

Olubunmi, 1992, Olieverf op doek, 240 x 180 cm, particuliere collectie

‘King’s Lost Shoes’, 200 cm X 150 cm, 1989

In Unisono – 2024 | 2025